C-50/23 B.E. et Play Game  

Contentverzamelaar

C-50/23 B.E. et Play Game  

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     11 september 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     28 oktober 2025

Trefwoorden: gelijke behandeling, evenredigheidsbeginsel, gewettigd vertrouwen, mededinging, transparantiebeginsel

Onderwerp: VWEU: artikelen 49 en 56.

In Italië is de exploitatie van bingo voorbehouden aan de Staat. Het beheer wordt via concessies door particulieren gedaan middels aanbestedingsprocedures. In deze zaak klagen Italiaanse bingo-exploitanten over een nationale regeling waarbij hun vervallen concessies ‘technisch verlengd’ worden in afwachting van nieuwe aanbestedingen. Voor deze technische verlenging moeten zij een maandelijks bedrag aan de Staat afdragen. Het betalen geldt als voorwaarde om aan de toekomstige concessies mee te kunnen doen. De nieuwe aanbestedingen werden steeds verlengd. De Italiaanse rechter vraagt of deze regelingen het redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel schenden, en de vrijheden van vestiging en dienstverlening.

Prejudiciële vragen: 
[1]. Is de bovenvermelde nationale regeling in strijd met de Unierechtelijke vrijheid van vestiging en vrijheid van ondernemerschap, voor zover daarbij: i) de vergoeding wordt verhoogd zonder rekening te houden met de omvang van de onderneming; ii) de verplichting wordt opgelegd om de verlenging en de voornoemde verhoging van de vergoeding te aanvaarden, terwijl bovendien wordt verboden de ruimten over te dragen, als onredelijke voorwaarde om te kunnen deelnemen aan de latere aanbestedingen die voorts voor onbepaalde tijd zijn uitgesteld? 

[2]. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, kan de voornoemde beperking gerechtvaardigd worden geacht omdat er beweerdelijk sprake is van een dwingende reden van algemeen belang, die bestaat in de noodzaak een temporele afstemming van de aanvang van de aanbestedingsprocedures te verzekeren? 

[3]. Indien wordt geoordeeld dat er een dwingende reden van algemeen belang is, is er dan toch sprake van schending van: i) het evenredigheidsbeginsel, omdat de beperkende maatregel in strikte zin niet passend, geschikt en evenredig is gelet op het formeel vermelde openbare doel; ii) het beginsel van vrije mededinging op de markt, omdat de keuze de concessies te verlengen en de aanvang van de aanbestedingen uit te stellen de exploitanten in de sector belet om hun vrijheid van ondernemerschap uit te oefenen, althans wat betreft de noodzakelijke programmering en planning van de activiteiten?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten