C-508/25, C-554/25, C-629/25 en C-639/25 Volkswagen e.a.

Contentverzamelaar

C-508/25, C-554/25, C-629/25 en C-639/25 Volkswagen e.a.

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     19 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                      5 februari 2026

Trefwoorden: voertuigen, manipulatie-instrument, emissiecontrolesysteem

Onderwerp: Verordening 715/2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen [..]: artikel 3, punt 10 en artikel 5; Uitvoeringsverordening 692/2008: bijlage III.

De vier zaken hebben gemeen dat de verzoeker een auto heeft gekocht en nu schadevergoeding vordert vanwege de inbouw in de auto van een verboden manipulatie-instrument. De motors van de voertuigen bevatten een ‘precon’ (voorconditionering). Met dit programma kunnen rijcurven worden herkend met een testcyclusafhankelijke regeneratie van de NOx-opslagkatalysator. In de procedures is de vraag gerezen of het geïmplementeerde precon een verboden manipulatie-instrument is in de zin van artikel 3, punt 10, juncto artikel 5 van verordening 715/2007, vanwege het aantal regeneraties van de testcyclus.

Prejudiciële vragen (de vragen zijn identiek in de vier zaken): 
1. Moeten artikel 2, punt 6, en bijlage III, punt 3.13.4., van uitvoeringsverordening (EG) nr. 692/2008 [juncto artikel 3, punt 10, van verordening (EG) nr. 715/2007] aldus worden uitgelegd dat een systeem voor verontreinigingsbeheersing (programma voor de regeneratie van de opslagkatalysator in de voorbereidingscyclus) dat als een continu regenererend systeem wordt beschouwd omdat een regeneratie (reinigingsproces) bij elke test van type I ten minste één keer plaatsvindt en tijdens de voorbereidingscyclus van het voertuig al één keer heeft plaatsgevonden (zogenoemde precon respectievelijk voorconditionering), een manipulatie-instrument in de zin van artikel 3, punt 10, van verordening nr. 715/2007 is? 

2. a) Moet artikel 5, lid 2, onder c), van verordening nr. 715/2007 (juncto artikel 3, punt 10, van verordening nr. 715/2007 alsmede artikel 2, punt 6, en bijlage III, punt 3.13.4., van uitvoeringsverordening nr. 692/2008) aldus worden uitgelegd dat (in voorkomend geval) een dergelijk manipulatie-instrument toelaatbaar is omdat in wezen is voldaan aan de voorwaarden van de relevante procedure voor het testen van emissies? 
b) Moet artikel 5, lid 1, van verordening nr. 715/2007 (juncto artikel 3, punt 10, van verordening nr. 715/2007 alsmede artikel 2, punt 6, en bijlage III, punt 3.13.4., van uitvoeringsverordening nr. 692/2008) aldus worden uitgelegd dat (in voorkomend geval) een dergelijk manipulatie-instrument toelaatbaar is als de emissiegerelateerde werking die dit instrument gedurende de testprocedure (goedkeuringstest) laat zien, in de overgrote meerderheid van de gevallen ook onder normale gebruiksomstandigheden (reële rijomstandigheden) bestaat? 

3. Moeten punt 2.20 en bijlage 13, punt 3, VN/ECE (juncto bijlage III, punt 3.13.1., en artikel 2, punt 6, van uitvoeringsverordening nr. 692/2008) aldus worden uitgelegd dat de in bijlage 13, punt 3, tweede zin, VN/ECE opgenomen regel volgens welke de schakelaar (om het regeneratieproces mogelijk of onmogelijk te maken) tijdens de voorconditioneringscycli alleen mag worden bediend om regeneratie te voorkomen, alleen relevant is voor de speciale testprocedure overeenkomstig bijlage 13 bij het VN/ECE en dus voor de emissietest bij een voertuig met een periodiek regenererend systeem, maar niet ook voor een voertuig met een continu regenererend systeem?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-693/18 CLCV.

Specifiek beleidsterrein: IenW