C-575/25 Van Den Bosch Transport 

Contentverzamelaar

C-575/25 Van Den Bosch Transport 

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     8 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     24 januari 2026

Trefwoorden: internationale wegtransport, arbeidsovereenkomst, toepasselijk recht, bescherming werknemers

Onderwerp: Verordening 593/2008 (Rome I): artikel 8.

De Nederlandse vennootschap ‘Van den Bosch Transporten B.V.’  heeft een Hongaarse zusteronderneming ‘Van den Bosch Kft’. Geïntimeerden werkten voor de Hongaarse vennootschap als internationale vrachtwagenchauffeurs, en vorderen achterstallig salaris conform Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Ter discussie staat of het Nederlands recht van toepassing is. Het Gerechtshof heeft Nederland als ‘gewoonlijk werkland’ aangewezen, maar het is de vraag of de werknemers niet een ‘kennelijk nauwere band’ met Hongarije hebben, waardoor Hongaars recht van toepassing is. Volgens het Schlecker-arrest wordt er bij die beoordeling rekening gehouden met waar de werknemer sociale zekerheid betaalt. Het Gerechtshof twijfelt of dit criterium onverkort geldt voor internationaal wegtransport, omdat de aansluiting bij het Hongaarse socialezekerheidsstelsel een eenzijdige keuze van de werkgever was. 

Prejudiciële vragen: 
1. Kunnen bij de vaststelling van de kennelijk nauwere band de Schlecker-criteria (en dan met name het criterium van het land waar de werknemer belastingen en heffingen op inkomsten uit arbeid betaalt en het land waar hij is aangesloten bij de sociale zekerheid) onverkort worden toegepast in het internationale wegtransport? 

2. Welke factoren kunnen in het internationale wegtransport naast, of in plaats van, de Schlecker-criteria nog meer (of vooral) van belang zijn? 

3. In hoeverre is hierbij van belang dat de aansluiting bij de socialebeschermingsregelingen niet in onderlinge overeenstemming tussen partijen is gebeurd, maar een eenzijdige keuze door Van den Bosch Kft was, dan wel als gevolg van door haar gemaakte keuzes aan [geïntimeerden] is opgelegd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C 64/12 ; C-29/10 


Specifiek beleidsterrein: SZW, JenV