C-587/25 NOI Varna
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 14 november 2025 Schriftelijke opmerkingen: 31 december 2025
Trefwoorden: toepasselijk socialezekerheidsstelsel, werkloosheidsuitkering, lex loci laboris, lex domicilii
Onderwerp: Verordening (EG) nr. 883/2004 (socialezekerheidsstelsels): overwegingen 1, 2, 4, 5, 13, en artikel 1, onder j, k en q, artikel 3, lid 1, onder h); Verordening 987/2009: artikel 11.
Verzoeker I.M.I. is een Bulgaars onderdaan, die tussen 2007 en november 2024 op een schip onder Italiaanse vlag heeft gewerkt, en nu weer in Bulgarije woont met zijn gezin. Na zijn terugkeer heeft hij een aanvraag ingediend voor de toekenning van een werkloosheidsuitkering, maar deze werd afgekeurd omdat hij volgens de autoriteiten de uitkering zou moeten ontvangen van de staat waar hij laatstelijk werkzaam was. Verzoeker beargumenteert dat zijn woonplaats Bulgarije is en daar recht heeft op de uitkering. De Bulgaarse rechter vraagt het Hof welk criterium doorslaggevend is voor de bevoegdheid van een lidstaat tot toekenning van een werkloosheidsuitkering.
Prejudiciële vragen: I. Welk nationaal recht is ingevolge verordening (EG) nr. 883/2004 van toepassing en welke lidstaat alsmede welk orgaan is verantwoordelijk voor de toekenning van werkloosheidsuitkeringen indien de betrokkene: 1. onderdaan is van de Republiek Bulgarije, een lidstaat van de Europese Unie; 2. een appartement in de Republiek Bulgarije bezit; 3. zijn gezin (zijn echtgenote) en het centrum van zijn belangen in de Republiek Bulgarije heeft; 4. in dienst is geweest van een werkgever in de Italiaanse Republiek; 5. als zeevarende werkzaam is geweest; 6. heeft gewerkt aan boord van een schip dat onder Italiaanse vlag vaart binnen de territoriale grenzen van de Italiaanse Republiek (binnen de grenzen van de Europese Unie) en 7. het buiten kijf staat dat zijn werkgever de bijdragen voor de verzekering tegen het risico „werkloosheid” in de Italiaanse Republiek heeft betaald?
2. Is een praktijk van de organen van een lidstaat om de toekenning van werkloosheidsuitkeringen aan een persoon te weigeren op grond dat hij in de lidstaat, waar hij een werkloosheidsuitkering heeft aangevraagd, geen werk zoekt en de socialezekerheidsbijdragen die zijn werkgever tijdens zijn tewerkstelling heeft betaald, zijn betaald aan de socialezekerheidsfondsen van een andere lidstaat en niet aan de fondsen van de lidstaat waar de uitbetaling van de werkloosheidsuitkering is aangevraagd, toelaatbaar gelet op het bepaalde in artikel 11, lid 4, eerste zin, artikel 65, lid 1, juncto artikel 11, lid 3, onder c), van verordening (EG) nr. 883/2004 of artikel 11, lid 3, onder e), van verordening (EG) nr. 883/2004?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-631/17 Inspecteur van de Belastingdienst; C-135/19 Pensionsversicherungsanstalt; C-713/20 Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (perioden tussen uitzendopdrachten); C-30/22 Direktor na Teritorialno podelenie na Natsionalnia osiguritelen institut – Veliko Tarnovo; C-116/25 NOI – Blagoevgrad.
Specifiek beleidsterrein: SZW