C-588/25 Preenergyvis
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 30 oktober 2025 Schriftelijke opmerkingen: 16 december 2025
Trefwoorden: solidariteitsbijdrage, energiesector, noodinterventie
Onderwerp: Verordening (EU) 2022/1854 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen: overwegingen 50 t/m 54 en artikel 14.
Verzoeker is een handelsonderneming die steenkoolbriketten fabriceert. Zij vraagt om uitleg van het toepassingsgebied van de solidariteitsbijdrage van artikel 14 van verordening 2022/184, nadat zij hiervoor een aanslag heeft gekregen van de belastingdienst. Verzoeker is van mening dat het vervaardigen van steenkoolbriketten niet onder het toepassingsgebied van de verordening valt, en dat deze op willekeurige wijze wordt uitgebreid tot economische entiteiten waarvan de activiteit niet rechtstreeks is beïnvloed door de verstoring als gevolg van de oorlog Rusland-Oekraïne.
Prejudiciële vragen: 1. Moet het begrip „activiteiten [...] in de sectoren ruwe aardolie, aardgas, kolen en raffinage” in artikel 14, lid 1, van verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 aldus worden uitgelegd dat het ook ziet op de onder NACE-code 1920 opgenomen activiteit „Vervaardiging van geraffineerde aardolieproducten” – „vervaardiging van briketten uit steenkool en bruinkool”, die in het nationale recht is opgenomen in artikel 1, lid 1, van OUG nr. 186/2022?
2. Zo ja, moet artikel 14 van verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 dan aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als die van artikel 1, lid 1, van OUG nr. 186/2022, die de solidariteitsbijdrage oplegt op basis van een formele indeling in de NACE-codes, ongeacht of de activiteit van de belastingplichtige al dan niet valt onder het uitzonderlijke doel dat wordt nagestreefd met de invoering van deze maatregel in het Unierecht overeenkomstig verordening (EU) 2022/1854?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-495/03 Intermodal Transports; C-118/11 Eon Asset Menidjmunt.
Specifiek beleidsterrein: EZ