C-592/25 Aroma Obst  

Contentverzamelaar

C-592/25 Aroma Obst  

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     6 november 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     23 december 2025

Trefwoorden: appelteelt, definitie afnemer, oneerlijke handelspraktijken, betaaltermijn

Onderwerp: Richtlijn 2019/633 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningen: overwegingen 1, 7, 9, 10 en 14, en artikel 6.
 
Verweerder ‘Aroma’ is actief als tussenhandelaar in de appelteelt. Zij sorteert en verpakt appels van meerdere telers en verkoopt deze aan supermarkten, tevens stelt zij het te betalen bedrag vast. De telers krijgen aan het einde van het seizoen betaald, als de appelsoort klaar is. Partijen zijn het oneens of Aroma als ‘afnemer’ onder artikel 2(2) van richtlijn 2019/633 valt. Als dit het geval is, dan verandert de wettelijke betaaltermijn, en moet Aroma binnen 60 dagen de telers betalen in plaats van aan het einde van het seizoen. De Oostenrijkse rechter twijfelt of een tussenhandelaar onder de definitie van ‘afnemer’ valt, en of de 60-dagen termijn bij levering begint, of pas bij een definitieve prijsvaststelling/eindafrekening.

Prejudiciële vragen: 
1) Moet artikel 2, punt 2, van richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen aldus worden uitgelegd dat verweerster, die in de toeleveringsketen van appels actief is als tussenhandelaar – als bedoeld in de hier te beoordelen feitelijke omstandigheden – tussen de telers en de detailhandel in voedingsmiddelen, als „afnemer” moet worden beschouwd? 

2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: Moet de bepaling in artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2019/633 die luidt als volgt: „Niettegenstaande de punten i) en ii) van dit punt, indien de afnemer het te betalen bedrag vaststelt: – gaan de in punt i) bedoelde betalingstermijnen in vanaf het einde van een overeengekomen leveringstermijn waarbinnen leveringen zijn verricht; en – gaan de in punt ii) bedoelde betalingstermijnen in vanaf de leveringsdatum”, in een situatie waarin bij de verkoop van de door verweerster opgeslagen appels aan de detailhandel in voedingsmiddelen het te betalen bedrag door verweerster wordt overeengekomen met de detailhandelaar in voedingsmiddelen die de appels koopt, zonder dat de appelteler hierbij betrokken is, aldus worden uitgelegd dat „de afnemer het te betalen bedrag vaststelt” in de zin van deze bepaling, zodat de betalingstermijn „vanaf het einde van [de] overeengekomen leveringstermijn” dan wel „vanaf de leveringsdatum” ingaat?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: EZ
 

Gerelateerde documenten