C-594/25 Vodafone   

Contentverzamelaar

C-594/25 Vodafone   

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     6 november 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     23 december 2025

Trefwoorden: persoonsgegevens

Onderwerp: Verordening 2016/679 (AVG): artikel 6, lid 1, onder f); Handvest: artikelen 8 en 52.

Verzoeker heeft met verweerder, een telecommunicatiebedrijf, in 2021 een contract afgesloten. Daarna bleek dat het bedrijf verschillende persoonsgegevens van verzoeker heeft doorgegeven aan een kredietinformatiebureau, waaronder adresgegevens en informatie over het contract. Het bureau heeft deze gegevens gebruikt voor het opstellen van profielen voor het inschatten van frauderisico’s. Verzoeker vordert schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG. De Duitse rechter heeft twijfels over de vraag of artikel 6, lid 1, onder f), AVG een voldoende nauwkeurige grondslag kan vormen voor de massale doorzending van de ‘positieve gegevens’ tussen particulieren in het kader van fraudevoorkoming. 

Prejudiciële vragen: 
1. Moet artikel 6, lid 1, onder f), AVG aldus worden uitgelegd dat deze bepaling van toepassing is op situaties waarin uitspraak erover moet worden gedaan of het rechtmatig is dat mobieletelefoniebedrijven aan privaatrechtelijke kredietinformatiebureaus informatie doorzenden die geen betrekking heeft op negatieve betalingservaringen of andere niet-conforme gedragingen, maar op de totstandkoming, uitvoering en beëindiging van een overeenkomst (hierna: „positieve gegevens”)? 

2. Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: Moet artikel 6, lid 1, onder f), AVG aldus worden uitgelegd dat deze bepaling hoe dan ook niet kan rechtvaardigen dat positieve gegevens van mobieletelefoniebedrijven zonder toestemming van de betrokkenen aan privaatrechtelijke informatiebureaus worden doorgezonden, wanneer deze bureaus de doorgezonden gegevens vervolgens ook voor het opstellen van profielen (toekennen van scores) gebruiken? 

3. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord of de eerste en de tweede vraag bevestigend worden beantwoord: Moet artikel 82, leden 1 en 2, AVG aldus worden uitgelegd dat er ook sprake is van een schadeveroorzakend verlies van controle, wanneer positieve gegevens door mobieletelefoniebedrijven zonder toestemming van de betrokkene aan privaatrechtelijke informatiebureaus zijn doorgezonden en daar ten vroegste na aanzienlijk meer dan een jaar zijn gewist en de betrokken consument bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte werd gebracht van de doorzending van deze gegevens?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-293/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a.; C-201/15 AGET Iraklis; C-66/04 VK/Parlement en Raad; C-26/22 SCHUFA Holding; C-252/21 Meta Platforms e.a. 

Specifiek beleidsterrein: JenV
 

Gerelateerde documenten