C-607/25 Koz
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 13 november 2025 Schriftelijke opmerkingen: 30 december 2025
Trefwoorden: kredietovereenkomsten, oneerlijke bedingen, benchmark, rente
Onderwerp: Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen: artikel 3, lid 1; Verordening 2016/1011 betreffende benchmarks voor financiële instrumenten: artikel 11, lid 1, onder a).
Verzoeker, consument ‘CT’, sloot in december 2019 een hypothecaire kredietovereenkomst met de verwerende bank. Het krediet heeft een variabele rentevoet dat is gekoppeld aan een ‘WIBOR 3M-benchmark’, bestaand uit een rente plus een marge. De rente varieerde sterk gedurende de looptijd van het contract, waardoor CT in één maand bijna zes keer zoveel betaalde als in een andere maand. De Poolse rechter vraagt het Hof of de Poolse regeling in overeenstemming is met richtlijn 93/13 (oneerlijke bedingen), wanneer er geen bovengrenzen zijn gesteld aan de stijging van de benchmark, en wanneer het maximumtarief kan veranderen gedurende de looptijd.
Prejudiciële vraag: Zorgt de nationale regeling op grond waarvan een variabele rentevoet wordt vastgesteld als de som van een benchmark en een in de hypothecaire kredietovereenkomst vastgestelde marge, die is neergelegd in artikel 29, lid 2, van de ustawa o kredycie hipotecznym oraz nadzorze nad pośrednikami kredytu hipotecznego i agentami (wet op het hypothecaire krediet en het toezicht op hypothecairkredietbemiddelaars en handelsagenten) van 23 [maart] 2017 (geconsolideerde tekst: Dz. U. 2025, volgnr. 720), voor een daadwerkelijk evenwicht tussen de contractpartijen in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29) indien de nationale wetgeving geen bovengrenzen stelt aan de toegestane stijging van die benchmark en die marge tijdens de looptijd van de overeenkomst, en de krachtens de relevante nationale bepalingen toegestane maximumrentevoet tijdens de gehele looptijd van de overeenkomst kan veranderen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-186/16 Andriciuc e.a.; C-621/17 Kiss en CIB Bank; C-779/18 Mikrokasa en Revenue Niestandaryzowany Sekurytyzacyjny Fundusz Inwestycyjny Zamknięty w Warszawie; C-224/19 en C-259/19 Caixabank en Banco Bilbao Vizcaya Argentaria; C-84/19, C-222/19 en C-252/19 Profi Credit Polska; C-395/21 D.V. (Honorarium van een advocaat – Principe van het uurtarief).
Specifiek beleidsterrein: EZ