C-614/25 Dimnev II
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 18 november 2025 Schriftelijke opmerkingen: 4 januari 2026
Trefwoorden: strafrecht, doeltreffende voorziening, aanwezigheid terechtzitting, verdedigingsrechten, onpartijdigheid en onafhankelijkheid rechterlijke macht
Onderwerp: Richtlijn 2016/343 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn: artikel 8, lid 1; Handvest: artikel 47, eerste alinea en artikel 52.
KP werd door de openbare aanklager beschuldigd van drie verschillende feiten betreffende het in bezit hebben en verkopen van marihuana. Tijdens de zitting stelt de openbare aanklager dat het één van de bestanddelen van de tenlastelegging niet meer handhaaft. De vraag die hier rijst is of de rechter nog wel uitspraak mag doen over het niet gehandhaafde bestanddeel. Volgens de verwijzende rechter zou dit afbreuk doen aan de verdedigingsrechten van beklaagde, omdat hij niet in kennis wordt gesteld van het voornemen van de rechter om daarover te oordelen, en zich daarom daar niet tegen kan verdedigen.
Prejudiciële vraag: Verzetten artikel 8, lid 1, van richtlijn 2016/343 en artikel 47, eerste alinea, van het Handvest zich tegen een nationale regeling en de rechtspraak inzake de toepassing ervan – te weten artikel 293 van de Nakazatelno-protsesualen kodeks (wetboek van strafvordering), gelezen in samenhang met artikel [29], lid 2, ervan – op grond waarvan de rechter, wanneer de openbare aanklager verklaart een bepaald bestanddeel van de tenlastelegging niet te handhaven, uitspraak kan doen over dat bestanddeel van de tenlastelegging, maar de beklaagde niet vooraf in kennis kan stellen van zijn voornemen daartoe en hem niet in de gelegenheid kan stellen zich te verdedigen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-404/24; С-348/21 HYA e.a.; С-175/22 BK.
Specifiek beleidsterrein: JenV