C-618/25 Capital Gas Ship Management
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 24 november 2025 Schriftelijke opmerkingen: 10 januari 2026
Trefwoorden: overheidsopdrachten, aanbestedingsprocedure, bijzonder of uitsluitende rechten
Onderwerp: Richtlijn 2014/25/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten: Artikel 1, leden 1 en 2, artikel 3, artikel 4, leden 1 tot en met 3, artikel 8, lid 1, onder a), artikel 15, onder a), en artikel 57, lid 5; bijlage II, onder a); Richtlijn 2009/73/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas: Artikel 4, artikel 9, lid 1, onder a), artikel 10, lid 1, artikel 14 en artikelen 17 tot en met 23.
DESFA beheert het nationale aardgastransmissiesysteem in Griekenland. Door de energiecrisis startte DESFA een aanbestedingsprocedure om een schip te charteren dat tijdelijk vloeibaar aardgas zou opslaan. Tijdens deze procedure heeft DESFA een verbeterde offerte van Capital Gas Ship Management Corp. niet in aanmerking genomen en een schip van GASLOG gecharterd. Tegen dit besluit van DESFA heeft Capital Gas bezwaar ingediend bij de Griekse centrale autoriteit voor overheidsopdrachten (EADISY), stellende dat DESFA geen aanbestedende dienst is en dus niet gerechtigd was om een dergelijke aanbesteding te gunnen. Dit bezwaar is door EADISY afgewezen, waarna Capital Gas beroep heeft ingesteld bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter vraagt het Hof van Justitie of DESFA op grond van het Unierecht als een aanbestedende dienst moet worden aangemerkt, gelet op haar wettelijke rechten inzake het beheer van het nationale aardgastransmissiesysteem.
Prejudiciële vragen: 1. Moet artikel 4, lid 3, eerste alinea, van richtlijn 2014/25/EU aldus worden uitgelegd dat de rechten die bij wet zijn toegekend aan de beheerder van het nationale aardgastransmissiesysteem (ESFA) en die bestaan in het beheer, het onderhoud, de administratie, de exploitatie en de ontwikkeling van het ESFA, samen met het eveneens bij wet aan die beheerder toegekende eigendomsrecht op het ESFA, als „bijzondere of uitsluitende rechten” moeten worden aangemerkt, wanneer de nationale wetgeving tegelijkertijd, na goedkeuring door de bevoegde regulerende instantie, de activiteit van andere onafhankelijke systemen (ASFA) op de markt voor aardgastransmissie toestaat, maar daarbij bepaalt dat het belangrijkste criterium voor de verlening van een ASFA-vergunning de aansluiting van gebieden is die niet door het aardgasnet worden bediend, en voorts dat houders van een dergelijke vergunning kunnen worden verplicht om bijdragen te betalen aan de beheerder van het nationale systeem, of dat een regeling kan worden vastgesteld waarbij houders van ASFA-vergunningen voordelen genieten ten laste van de beheerder van het nationale systeem, om redenen van economische efficiëntie van de beheerder?
– Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
2. Moet artikel 4, lid 3, tweede en derde alinea, van richtlijn 2014/25/EU aldus worden uitgelegd dat de procedures waarvoor dat artikel bepaalt dat de daarbij verleende rechten geen bijzondere of uitsluitende rechten vormen, een procedure tot privatisering van een overheidsbedrijf omvatten dat het nationale aardgastransmissiesysteem beheert, die voldoet aan de vereisten van voldoende bekendmaking en naleving van objectieve selectiecriteria, en die bovendien in de desbetreffende oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bepaalt: i) dat de ondernemers die belangstelling hebben voor de overname van de onderneming een korte beschrijving geven van hun strategische plannen voor investeringen in de onderneming en het nagestreefde investeringsdoel (een element dat in de fase van de voorselectie van de kandidaten wordt beoordeeld); ii) dat het recht om aan de procedure deel te nemen toekomt aan de transmissiesysteembeheerders die zijn gecertificeerd volgens de procedure van de artikelen 9 en 10 van richtlijn 2009/73/EG en lid zijn van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor aardgas (ENTSOG), of aan entiteiten die onder zeggenschap staan van of zeggenschap uitoefenen over een van die beheerders; en iii) dat na de overdracht van de meerderheid van de aandelen van het overheidsbedrijf aan een derde-ondernemer, de nationale systeembeheerder, die aanvankelijk was gecertificeerd als onafhankelijke aardgastransporteur, wordt gecertificeerd als gescheiden aardgastransmissiesysteembeheerder (wat daadwerkelijk is gebeurd)?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-145/08 en C-149/08 Club Hotel Loutraki e.a.
Specifiek beleidsterrein: EZ