C-621/25 VB Investments
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 1 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 18 februari 2026
Trefwoorden: antiwitwasrichtlijn, meldingsplichtige entiteit, beoefenaar juridisch beroep
Onderwerp: Richtlijn 2015/849 [anti-witwas]: artikel 2, lid 1, punt 3, onder b).
Deze zaak betreft een geschil tussen verzoekster ‘VB Investments’ en de belastingdienst. Verzoekster is een vennootschap die fungeert als betaalagent voor haar aandeelhouder ‘AS Ventbunkers’. De belastingdienst heeft haar aangemerkt als meldingsplichtige entiteit in de zin van richtlijn 2016/589, en gesteld dat zij niet heeft voldaan aan de bijbehorende verplichtingen. Het is de vraag of de vennootschap, die als tussenpersoon betalingen faciliteert tussen verbonden vennootschappen maar geen juridische diensten verleent, moet worden aangemerkt als ‘onafhankelijke beoefenaar van een juridisch beroep’, en daarmee als meldingsplichtige entiteit onder de richtlijn.
Prejudiciële vragen: 1) Moet artikel 2, lid 1, punt 3, onder b), van richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie aldus worden uitgelegd dat het in deze bepaling genoemde begrip „onafhankelijke beoefenaar van een juridisch beroep” ook van toepassing is op een rechtspersoon die in het kader van zijn beroepsactiviteiten (economische activiteit) geen juridische diensten verleent aan cliënten? Valt een rechtspersoon die geldtransacties verricht (tussen andere personen, als tussenpersoon die de uitvoering van betalingen faciliteert), ook onder dit begrip, uitsluitend op grond van het feit dat hij deze activiteit uitvoert?
2) Moet artikel 2, lid 1, punt 3, onder b), ii), van richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie aldus worden uitgelegd dat onder de daarin genoemde activiteiten, te weten „deelnemen, hetzij door op te treden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële of onroerendgoedtransactie, hetzij door het verlenen van bijstand bij het voorbereiden of uitvoeren van transacties voor hun cliënt in verband met […] het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa”, ook een situatie valt waarin een rechtspersoon die partij is bij een driepartijenovereenkomst zich (als tussenpersoon die de uitvoering van de betalingen faciliteert) ertoe heeft verbonden geld over te maken tussen de andere rechtspersonen die partij zijn bij die overeenkomst, en deze overboekingen ook doet? Moeten dergelijke activiteiten worden beschouwd als deelnemen aan transacties in naam en voor rekening van de cliënt en als het beheren van geld van de cliënt in de zin van deze bepaling? 3) Moet artikel 2, lid 1, punt 3, onder b), ii), van richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie aldus worden uitgelegd dat de daarin genoemde begrippen „onafhankelijke beoefenaar van een juridisch beroep” en „cliënt” ook van toepassing zijn in gevallen waarin verbonden personen deelnemen aan een transactie en waarin één van die verbonden personen in die transactie optreedt als tussenpersoon bij de uitvoering van betalingen om de veiligheid te waarborgen van inkomende en uitgaande betalingen van een andere verbonden persoon, welke betalingen afkomstig zijn van andere rechtspersonen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-22/23 Citadeles nekustamie īpašumi.
Specifiek beleidsterrein: FIN