C-644/25 - C-646/25 UCB Biopharma e.a.
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 2 december 2025 Schriftelijke opmerkingen: 18 januari 2026
Trefwoorden: uitoefening openbaar gezag, imperiumbevoegdheid, dierenproeven
Onderwerp: Richtlijn 2010/63 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt: artikel 3, punt 7 en artikelen 36 t/m 45, en artikel 59.
Global Action in the Interest of Animals (GAIA) heeft de Universiteit Namen verzocht om haar alle goedkeuringsbesluiten toe te sturen die door de Ethische Commissie Dierproeven (ECD) waren genomen, en om toegang tot andere documentatie. De ECD beoordeelt aanvragen voor projecten die uitsluitend door de onderzoekers van de Universiteit worden ingediend. In hoger beroep komt de Universiteit op tegen de verklaring van het Waals Gewest dat het ECD moet worden beschouwd als een regionale administratieve overheid. De discussie draait in de kern om de vraag of de ECD zelf imperiumbevoegdheid heeft (en daarmee eenzijdige beslissingen kan nemen die derden binden).
Prejudiciële vraag (identiek in de drie zaken): Moeten artikel 3, punt 7, de artikelen 36 tot en met 45 en artikel 59 van richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, aldus worden uitgelegd dat een entiteit die door een lidstaat is aangewezen als ‚bevoegde instantie’ voor de evaluatie en goedkeuring van projecten, moet worden geacht zelf imperiumbevoegdheid te hebben, zodat zij beslissingen kan nemen die derden binden?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-106/89 Marleasing; C-334/92 Wagner Miret; C-270/97 en C-271/97 Deutsche Post; C-160/01 Mau.
Specifiek beleidsterrein: LVVN