C-690/25 Consorzio Padano Ortofrutticolo   

Contentverzamelaar

C-690/25 Consorzio Padano Ortofrutticolo   

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     17 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     3 februari 2026

Trefwoorden: terugvordering steun, leaseovereenkomst

Onderwerp: Verordening 2017/891 betreffende de sectoren groenten en fruit: artikelen 31 en 36. 

Verzoeker is een coöperatieve vennootschap actief in de landbouwsector. Zij ontving financiële steun van de regionale overheid voor investeringen in o.a. een machine via een leaseovereenkomst. In 2017 is zij vanwege financiële moeilijkheden een akkoordprocedure gestart die heeft geleid tot overdracht van het bedrijf. De regionale overheid besloot toen de verleende financiële steun terug te vorderen. De Italiaanse rechter vraagt het Hof of de verleende steun mag worden teruggevorderd wanneer alle doelstellingen zijn behaald door de vennootschap voor de betreffende steun, en de financiering via een leaseovereenkomst heeft plaatsgevonden. 

Prejudiciële vragen: 
1) Moet artikel 36, lid 2, van verordening (EU) 2017/891 aldus worden uitgelegd dat deze bepaling ook van toepassing is in geval van steun betreffende een investering die is uitgevoerd via een leaseovereenkomst en indien de producentenorganisatie aan de erkenningscriteria heeft voldaan en de doelstellingen van de acties zoals vastgelegd in het operationele programma heeft verwezenlijkt op het moment van de voortijdige stopzetting, en met name gezien het feit dat de financiering uitsluitend betrekking heeft op de jaarlijkse leasetermijnen voor de periode waarin de organisatie de geleasede goederen daadwerkelijk heeft gebruikt, of moet die bepaling daarentegen aldus worden uitgelegd dat op een zaak als de onderhavige niet die bepaling van toepassing is, maar het beginsel van niet-terugvorderbaarheid van financiële steun die volledig is gebruikt voor een programma waarvan de doelstellingen zijn verwezenlijkt? 

2) Indien het beginsel van niet-terugvorderbaarheid van de steun niet van toepassing is op een zaak als de onderhavige, moet het [Unie]recht dan aldus worden uitgelegd dat in de aan de verwijzende rechter voorgelegde zaak uitsluitend artikel 36 van verordening (EU) 2017/891 van toepassing is, of is daarentegen tevens artikel 31, lid 6, vierde alinea, van die verordening van toepassing op grond van de verwijzing in artikel 36, dan wel als zelfstandige bepaling die de onderzochte situatie regelt? 

3) Indien het Hof oordeelt dat artikel 31, lid 6, vierde alinea, van toepassing is, moet deze bepaling dan aldus worden uitgelegd dat de terugvordering „naar evenredigheid van het aantal volledige jaren dat tot het einde van de [...] [afschrijvings]periode resteert” in het geval van financiële lease betrekking heeft op de leasetermijnen die zijn vervallen vóór de overdracht van het goed, met dien verstande dat de terugvordering hoe dan ook is uitgesloten indien de investering volledig en efficiënt is gebruikt voor het programma waarvoor de financiële steun is verleend?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: LVVN
 

Gerelateerde documenten