C-697/25 Appenzell
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 2 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 19 februari 2026
Trefwoorden: betalingsbevel, executoriale titel, Lugano II-Verdrag
Onderwerp: Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken: Artikelen 32 en 62.
Dr. MR en Dr. YF (hierna: verweerders) hebben van een Zwitserse invorderings- en faillissementskantoor Appenzell een betalingsbevel voor openstaande advocaatkosten verkregen. Dit betalingsbevel hield in dat verzoekster, WT, werd gelast om twee openstaande facturen aan advocaatkosten te betalen. Indien verzoekster niet betaalde en ook geen bezwaar maakte, kon Appenzell de invordering voortzetten. Verzoekster heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit betalingsbevel in de Zwitserse procedure, waardoor verweerders aan de Oostenrijkse rechter hebben verzocht om het betalingsbevel uitvoerbaar te verklaren in Oostenrijk. Tegen de uitvoerbaarverklaring van de Oostenrijkse rechter stelt WT hoger beroep in, omdat het Zwitserse betalingsbevel geen beslissing is die is gegeven door een gerecht in de zin van het Lugano II-Verdrag en betwist daarmee de uitvoerbaarheid. De verwijzende rechter vraagt het Hof of een betalingsbevel, uitgevaardigd door een invorderings- en faillissementskantoor zonder voorafgaande executoriale titel, moet worden beschouwd als een "beslissing gegeven door een gerecht" in de zin van artikel 32 van het Lugano II-Verdrag.
Prejudiciële vraag: Moet een betalingsbevel van een Zwitsers invorderings- en faillissementskantoor als bedoeld in artikel 69 van het Zwitserse Bundesgesetz über Schuldbetreibung und Konkurs (federale wet betreffende schuldinvordering en faillissement), dat niet op grondslag van een door de schuldeiser vooraf verkregen uitvoerbare executoriale titel maar in het kader van een „invordering zonder executoriale titel” is uitgevaardigd, worden aangemerkt als een beslissing gegeven door een gerecht in de zin van artikel 32 van het Lugano II Verdrag?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-39/02 Mærsk Olie & Gas; C-414/92 Solo Kleinmotoren.
Specifiek beleidsterrein: JenV