C-706/25 en C-707/25 Comeri e.a.    

Contentverzamelaar

C-706/25 en C-707/25 Comeri e.a.    

Prejudiciële hofzaak  

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     18 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     23 januari 2026 

Trefwoorden: Italië-Albanië, in bewaring, internationale overeenkomsten, internationale bescherming, loyale samenwerking

Onderwerp: VEU: artikel 4, lid 3; VWEU: artikel 3, lid 2 en artikel 216, lid 1; Richtlijn 2013/32 betreffende internationale bescherming: artikelen 26, 43 en 46; Richtlijn 2024/1346 inzake de normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming: artikelen 10, 11 en 12; Verordening 2024/1348: artikel 54; Protocol tussen de regering van de Italiaanse Republiek en de raad van ministers van de Republiek Albanië ter versterking van de samenwerking op migratiegebied.

Deze zaak betreft een man ‘SG’ die in 2024 Italië was binnengekomen en een verwijderingsbevel tegen hem kreeg uitgevaardigd. In afwachting van zijn uitzettingsdocument werd hij in bewaring geplaatst in Turijn, en later overgeplaatst naar een uitzetcentrum in Albanië. Vanuit dat uitzetcentrum heeft SG een verzoek om internationale bescherming ingediend in Italië. De verwijzende rechter stelt vast dat de overeenkomst tussen Italië en Albanië zekere bilaterale verbintenissen tussen beide staten tot stand brengt over een onderwerp dat door het Unierecht wordt bestreken. Hij stelt dat de overeenkomst de coherente toepassing van het Unierecht en de goede werking ervan kan schaden, en vraagt het Hof om de overeenstemming ervan met het Unierecht.

Prejudiciële vragen: 
1) Verzetten artikel 4, lid 3, VEU, artikel 3, lid 2, VWEU en artikel 216, lid 1, VWEU – op grond waarvan de Unie exclusief bevoegd is een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of wanneer die sluiting gemeenschappelijke regels kan aantasten of de strekking daarvan kan wijzigen, met als gevolg dat de bevoegdheid om overeenkomsten met derde landen te sluiten die gemeenschappelijke regels aantasten of de strekking daarvan wijzigen, of die gevolgen hebben voor een gebied dat volledig wordt bestreken door de regelgeving van de [Europese Unie] en onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt, overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking bij de Unie berust – zich tegen de sluiting door een lidstaat van een internationale overeenkomst met een derde land voor het beheer van migratiestromen, zoals het protocol Italië-Albanië? 
2) Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord: verzet het Unierecht, en met name: 
– artikel 26 van richtlijn 2013/32/EU en artikel 8, leden 1, 2 en 4, en artikel 9, leden 2 en 3, van richtlijn 2013/33/EU, die laatste bepalingen ook gelezen in samenhang met overweging 15 daarvan, alle uitgelegd in het licht van artikel 6 van het Handvest [van de grondrechten van de Unie], met betrekking tot bewaring; 
– artikel 46 van richtlijn 2013/32/EU en artikel 10, lid 4, van richtlijn 2013/33, uitgelegd in het licht van artikel 47 van het Handvest, met betrekking tot het recht van verweer en bezoek van de in bewaring gehouden persoon; 
– artikel 17, leden 2 en 3, en artikel 19 van richtlijn 2013/33, met betrekking tot het recht op gezondheid van de asielzoeker; 
zich tegen de overbrenging van onderdanen van derde landen, met inbegrip van asielzoekers, naar gebieden buiten de Europese Unie, en tegen hun verblijf aldaar, ter uitvoering van een internationale overeenkomst als het protocol Italië-Albanië?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-131/12 Google Spain en Google; C-61/11 PPU El Dridi; C-114/12 Commissie/Raad; C-66/13 Green Network; advies 1/13 (Toetreding van derde landen tot het Haags Verdrag); C-924/19 PPU en C-925/19 PPU FMS e.a.; C-601/15 PPU J.N.

Specifiek beleidsterrein: AenM