C-712/25 PPU Rastoshev  

Contentverzamelaar

C-712/25 PPU Rastoshev  

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     1 december 2025
Mondelinge behandeling                         13 januari 2026

Trefwoorden: Europees aanhoudingsbevel, weigering overlevering, rechtsmacht

Onderwerp: Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2022 betreffende het EAB en de procedures van overlevering tussen de lidstaten: artikel 4, lid 7.

Persoon XM komt op tegen een beslissing van de rechtbank waarbij toestemming wordt verleend voor de tenuitvoerlegging van een door de gerechtelijke autoriteiten van Frankrijk uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel en overlevering. XM wordt strafrechtelijke vervolgd vanwege de verdenking van zes strafbare feiten gepleegd in Frankrijk. Volgens de advocaat van XM moet de overlevering geweigerd worden, omdat de strafbare feiten door Bulgarije berecht kunnen worden omdat XM daar (in ieder geval gedeeltelijk) de strafbare feiten heeft gepleegd. Ter discussie staat of een EAB geweigerd mag worden wanneer de tenuitvoerleggingsstaat de territoriale bevoegdheid heeft voor hetzelfde strafbare feit. De Bulgaarse rechter vraagt om uitleg van het kaderbesluit 2002/584.

Prejudiciële vraag (tekst van de onofficiële NL vertaling): 
Is de rechtspraak van een tenuitvoerleggingsstaat volgens welke het feit dat het strafbare feit waarvoor het Europees aanhoudingsbevel (EAB) is uitgevaardigd, geheel of gedeeltelijk is gepleegd op het grondgebied van de Republiek Bulgarije, als tenuitvoerleggingsstaat, een voldoende en zelfstandige grond vormt voor de uitvaardiging van een beslissing tot weigering van de tenuitvoerlegging van het uitgevaardigde EAB, gelet op de territoriale bevoegdheid van de Republiek Bulgarije om voor hetzelfde strafbare feit een strafrechtelijke procedure in te stellen, in overeenstemming met artikel 4, lid 7, onder a), van het kaderbesluit?
Staat richtlijn 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2022 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten toe? 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: JenV