C-721/25 Nacionaline mokejimo agentura
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 1 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 18 februari 2026
Trefwoorden: de-mimimissteun in de landbouwsector, staatssteun
Onderwerp: Verordening 1408/2013 (de-minimissteun in de landbouwsector): artikel 3 en artikel 6.
Verzoekster verzet zich tegen het besluit van het nationaal betaalagentschap waarin haar aanvraag tot de-minimissteun werd geweigerd. Het agentschap had het steunbedrag berekend op basis van haar vorderingen, en het verzoek vervolgens geweigerd omdat het berekende bedrag hoger was dan het plafond dat is vastgesteld in artikel 3, lid 3, bis van verordening 1408/2013. Zij kreeg ook het gedeelte van de steun dat het plafond niet overschreed niet toegekend. De Litouwse rechter vraagt zich af, wanneer verzoeker geen specifiek steunbedrag vordert, en het nationaal betaalagentschap het bedrag vaststelt rekening houdend met het nationale steunintensiteitsniveau, het verzoek automatisch kan worden geacht het plafond voor de steun te overschrijden.
Prejudiciële vragen: (1) Wanneer de begunstigde gedurende een periode van drie belastingjaren geen de-minimissteun heeft ontvangen en in het verzoek het specifieke bedrag van de gevraagde staatssteun niet kan vermelden, kan dan het maximale bedrag van de vorderingen van de begunstigde die kunnen worden voldaan, berekend door de nationale autoriteit die verantwoordelijk is voor het beheer van de steun op basis van een besluit van de minister van Landbouw van de Republiek Litouwen inzake steunintensiteit dat na de indiening van het verzoek is vastgesteld, automatisch worden geacht het plafond voor de-minimissteun te overschrijden? (2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, is dan in een situatie als die in de onderhavige bestuursrechtelijke zaak een uitlegging volgens welke de nationale autoriteit die verantwoordelijk is voor het beheer van de steun, na het verzoek van de aanvrager te hebben beoordeeld en te hebben vastgesteld dat het bedrag van de vorderingen van de aanvrager die kunnen worden voldaan het de-minimissteunplafond overschrijdt, zonder afzonderlijk verzoek van de aanvrager alleen dat deel van de steun als staatsteun aan hem uitbetaalt dat dit plafond niet overschrijdt, in strijd met artikel 3, leden 3 bis en 7, en artikel 6, lid 3, van verordening nr. 1408/2013, zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2019/316 van de Commissie van 21 februari 2019?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-608/19 INAIL; C-702/20 en C-17/21 DOBELES HES.
Specifiek beleidsterrein: LVVN; EZ