C-729/25 PreZero Service Poludnie 

Contentverzamelaar

C-729/25 PreZero Service Poludnie 

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     28 januari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     14 maart 2026

Trefwoorden: afvalbeheer, milieudoelstellingen, ex post jaarlijkse verslaglegging   

Onderwerp: Richtlijn 2008/98 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen: overweging 45, eerste volzin; artikel 9, lid 1, onder d); artikel 10, leden 1 en 2, artikel 11, lid 1 en lid 2, onder a) tot en met e), artikel 11 bis, lid 1, onder a) tot en met c), artikel 11a, lid 3; Richtlijn 2018/851 tot wijziging van richtlijn 2008/98: overweging 51,  artikel 2.

PreZero Service Południe sp. z o.o (hierna: PreZero) is een Pools afvalinzamelaar. In 2022 heeft PreZero het wettelijk vereiste niveau van 25% voorbereiding voor hergebruik en recycling van stedelijk afval niet gehaald. Daarom heeft de burgemeester van de gemeente Chorzów een geldboete opgelegd wegens het niet behalen van deze doelstellingen. Tegen dit besluit heeft PreZero bezwaar gemaakt bij de SKO, onder meer omdat de Poolse wetgeving uitsluitend voorziet in ex post jaarlijkse verslaglegging, waardoor geen mogelijkheid bestaat om het afvalbeheer tijdig te corrigeren. De SKO heeft het bezwaar afgewezen en het besluit van de burgemeester bevestigd. PreZero is het hier niet mee eens en stelt beroep in bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter vraagt het Hof of een nationale wetgeving die slechts voorziet in jaarlijkse, achteraf ingediende verslaglegging, verenigbaar is met het Unierecht, dat beoogt te voorzien in een systeem van vroegtijdige waarschuwing.

Prejudiciële vraag: 
Moeten artikel 10, leden 1 en 2, artikel 11, lid 1 en lid 2, onder a) tot en met e), artikel 11 bis, lid 1, onder a), en artikel 11 bis, lid 3, van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB 2008, L 312, blz. 3, zoals gewijzigd), zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (PB 2018, L 150, blz. 109), in de context van overweging 51 van richtlijn 2018/851, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen nationale wetgeving die niet voorziet in een verplichting, voor entiteiten die stedelijk afval ophalen bij eigenaren van onroerend goed, om vóór afloop van de termijnen voor het bereiken van de doelstellingen verslagen in te dienen (verslagen vroegtijdige waarschuwing, bijvoorbeeld per kwartaal of per half jaar), en die enkel de verplichting oplegt om achteraf, voor het voorafgaande kalenderjaar, verslagen in te dienen inzake het bereikte niveau van de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval, hetgeen voor de overheidsinstanties een belemmering vormt om onmiddellijk adequate preventieve juridische maatregelen toe te passen – waaronder toezichthoudende maatregelen – om ervoor te zorgen dat aan de minimumvereisten wordt voldaan en de doelstellingen van de richtlijnen worden verwezenlijkt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-562/21 PPU en C-563/21 PPU X en Y. 

Specifiek beleidsterrein: IenW; EZ
 

Gerelateerde documenten