C-733/25 ALPIQ
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 6 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 23 februari 2026
Trefwoorden: beperkende maatregelen, sanctielijst, arbitrage, bevriezing tegoeden
Onderwerp: Verordening 269/2014 betreffende beperkende maatregelen: artikel 2 en artikel 11.
De Zwitserse onderneming ‘ALPIQ AG’ verzoekt in Litouwen om erkenning en tenuitvoerlegging van een arbitrale uitspraak van een Zweeds scheidsgerecht. Het scheidsgerecht heeft de vennootschap ‘INTER RAO Lietuva’ veroordeeld tot betaling van 15,8 miljoen euro aan ALPIQ AG. INTER RAO is sinds 2022 een gesanctioneerde entiteit onder de EU-sancties, terwijl de onderliggende financiële overeenkomst dateert van vóór de sancties. De Litouwse rechter vraagt zich af of het erkennen en tenuitvoerleggen van deze arbitrale beslissing in strijd is met verordening 269/2014, met name het verbod op terbeschikkingstelling van tegoeden aan gesanctioneerde entiteiten.
Prejudiciële vraag: Is de erkenning en tenuitvoerlegging door een rechterlijke instantie van een lidstaat van een definitieve beslissing van een scheidsgerecht waarbij een rechtspersoon waaraan sancties zijn opgelegd wordt gelast een geldsom, vermeerderd met procedurele rente en kosten, te betalen aan een rechtspersoon waaraan geen sancties zijn opgelegd, in strijd met artikel 2, lid 2, of artikel 11, lid 1, onder a) en b), van verordening (EU) nr. 269/2014 van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-635/25 Axpo Nordic.
Specifiek beleidsterrein: BZ; EZ