C-757/25 Fidelidade II
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 9 februari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 26 maart 2026
Trefwoorden: openbaar overnamebod, effecten, verkooprecht Onderwerp: Richtlijn 2004/25/EG betreffende het openbaar overnamebod: Artikel 16.
Fidelidade deed een openbaar overnamebod op aandelen van Espírito Santo Saúde (hierna: ESS) met als doel volledige zeggenschap te verkrijgen. Ten tijde van het bod had Fidelidade een klein aandeel. Na het bod verworven A.F., IL en HAPV ook aandelen in ESS. Toen Fidelidade ongeveer 96% van het kapitaal en de stemrechten had verworven, vroegen A.F., IL en HAPV Fidelidade om hun aandelen over te nemen. Fidelidade weigerde omdat deze aandelen na het bod waren verworven. A.F. en IL stelden een rechtszaak in en betoogden dat zij volgens artikel 16 van richtlijn 2004/25/EG en artikel 196 van de Portugese Código dos Valores Mobiliários recht hebben op het verkooprecht. De CMVM en de nationale bestuursrechters oordeelden dat dit recht niet geldt voor aandeelhouders die aandelen ná het bod hebben verkregen. A.F. en IL zijn het hier niet mee eens en gingen in cassatie bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter vraagt het Hof of het Unierecht het verkooprecht ook toekent aan houders die aandelen na het bod hebben verworven.
Prejudiciële vraag: Moet artikel 16, lid 2, van richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 aldus worden uitgelegd dat daaronder ook worden begrepen de houders van effecten die niet zijn verkocht in het kader van een openbaar overnamebod, indien zij deze effecten hebben verworven nadat het resultaat van dat bod is vastgesteld?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-676/17
Specifiek beleidsterrein: FIN; JenV