C-765/25 Voking
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 29 januari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 15 maart 2026
Trefwoorden: gecombineerde vergunning, schriftelijke kennisgeving Onderwerp: Richtlijn 2011/98: artikel 8, leden 1 en 2.
Verzoeker heeft de Chinese nationaliteit en had t/m 31 augustus 2026 een geldige verblijfsvergunning in Hongarije voor arbeid. In november 2024 werd zijn dienstverband beëindigd, waarna hij verlenging van zijn verblijfsvergunning heeft aangevraagd. Verweerders stellen dat zijn verblijfsvergunning al was vervallen op het moment van de beëindiging van zijn contract, en daarom niet verlengd kon worden. Aangezien artikel 8, lid 1, van richtlijn 2011/98 voorziet in een gemotiveerde schriftelijke kennisgeving over de intrekking van de gecombineerde verblijfsvergunning, betwijfelt de verwijzende rechter of de door verweerster toegepaste regel van nationaal recht voldoet aan de procedurele waarborgen van de richtlijn.
Prejudiciële vraag: Moet artikel 8, leden 1 en 2, van richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad aldus worden uitgelegd dat deze bepaling verenigbaar is met de praktijk van een lidstaat waarbij de gecombineerde vergunning in geval van beëindiging van het dienstverband na de kennisgeving van de werkgever haar geldigheid verliest, zonder dat de vreemdelingendienst een gemotiveerd individueel besluit tot intrekking van de vergunning heeft genomen waartegen een rechtsmiddel kan worden aangewend?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -
Specifiek beleidsterrein: AenM; SZW