C-772/25 Delna
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 12 februari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 29 maart 2026
Trefwoorden: gelijke behandeling van mannen en vrouwen, socialezekerheidsstelsel, pensioen Onderwerp: Richtlijn 79/7 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid: Artikelen 1, 2, 3, 4, en 5; Richtlijn 2006/54 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep: Artikel 1, artikel 2, lid 1, onder a), b) en f), en lid 2, onder b), artikel 5, artikel 7 en artikel 10.
BR (hierna: verzoekster) ontving na het overlijden van haar voormalige echtgenoot een nabestaandenpensioen. Op 70-jarige leeftijd vroeg zij een ouderdomspensioen aan, dat weliswaar werd toegekend, maar zonder economische effectiviteit omdat het volgens de Spaanse overgangsregeling onverenigbaar is met een reeds ontvangen nabestaandenpensioen. Verzoekster stelde beroep in bij de verwijzende rechter, stellende dat deze regeling in de praktijk vrijwel uitsluitend vrouwen treft en daardoor indirecte discriminatie op grond van geslacht kan opleveren. De verwijzende rechter vraagt het Hof of deze nationale regeling verenigbaar is met het Unierecht en, zo ja, of zij objectief kan worden gerechtvaardigd door een legitiem doel en voldoet aan het proportionaliteitsbeginsel.
Prejudiciële vraag: 1. Zijn richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid en artikel 5 van richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep, van toepassing op de aanvraag van een ouderdomspensioen door een persoon die reeds begunstigde van een nabestaandenpensioen is?
2. Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt, zijn de Spaanse regeling, waarin middels overgangsbepaling 13, lid 2, van de [Ley General de la Seguridad Social (LGSS, algemene wet op de sociale zekerheid)] wordt bepaald dat het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen onverenigbaar met elkaar zijn wanneer een persoon die reeds een nabestaandenpensioen ontvangt, ook een ouderdomspensioen aanvraagt, terwijl de algemene regel is dat deze beide pensioenen wel verenigbaar met elkaar zijn, en de rechtspraak tot uitlegging van die regeling dan in strijd met de Europese regeling zoals neergelegd in artikel 4 van richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid en artikel 5 van richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep, omdat deze regeling kan leiden tot indirecte discriminatie op grond van geslacht of gender?”
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-123/10
Specifiek beleidsterrein: SZW; JenV