C-780/25 Desch-Drexler II
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 12 februari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 29 maart 2026
Trefwoorden: vaste boekenprijs, vrij verkeer van goederen, kwantitatieve invoerbeperking
Onderwerp: VWEU: artikelen 34, 101 en 167; VEU: artikel 4, lid 3; Handvest: artikelen 11 en 16.
Verzoekster exploiteert een boekhandel in Oostenrijk met een onlineshop voor klanten met een postadres in Oostenrijk. Verweerder exploiteert een onlineshop op het platform Amazon Marketplace Deutschland, waar hij ook aan Oostenrijkse klanten onder meer Duitstalige boeken aanbiedt en verkoopt. In Oostenrijk hebben bepaalde boeken een minimumprijs. Verzoekster vordert in deze zaak verweerder te verbieden om boeken onder die minimumprijs te verkopen aan Oostenrijkse eindverbruikers op het platform. De Oostenrijkse rechter stelt het Hof diverse vragen over de verenigbaarheid met het Unierecht van de regel.
Prejudiciële vragen: 1) Staat het Unierecht, met name artikel 34 VWEU, in de weg aan de toepassing van nationale bepalingen als § 4, lid 2, Buchpreisbindungsgesetz 2023 (Oostenrijkse wet op de vaste boekenprijs 2023) (BPrBG 2023) en § 5, lid 3, Buchpreisbindungsgesetz (Duitse wet op de vaste boekenprijs) (BuchPrG), die (ook online)handelaren bij een directe verkoop van boeken aan eindverkopers in een andere lidstaat ertoe verplichten om een voor eindverkopers bindende verkoopprijs, die niet lager mag zijn dan de door de uitgever voor het land van uitgave aanbevolen eindprijs (verminderd met de daarin begrepen btw en vermeerderd met de in het land van invoer verschuldigde btw), vast te stellen en bekend te maken, voor zover de uitgever zelf geen eindprijs voor het land van invoer heeft aanbevolen?
2) Is een nationale wettelijke regeling betreffende de vaste boekenprijs als bedoeld in de eerste vraag verenigbaar met het Unierecht, met name artikel 4, lid 3, laatste volzin, VEU en artikel 101 VWEU?
3) Is een nationale regeling die een aankondiging van toegestane kortingen op de eindprijs verbiedt verenigbaar met het Unierecht, met name met de in de eerste en tweede vraag genoemde bepalingen alsook met de artikelen 11 en 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie?
4) Kan een dergelijke nationale wettelijke regeling inzake de vaste boekenprijs en/of het verbod van aankondiging van kortingen gerechtvaardigd worden door dwingende vereisten van algemeen belang dan wel krachtens artikel 36 VWEU of artikel 167 VWEU, bijvoorbeeld wegens een algemeen belang bij bescherming van het boek als cultureel goed, met name bij bevordering van de boekenproductie, bij verscheidenheid aan titels tegen vaste prijzen en bij verscheidenheid aan boekhandelaren?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-148/15 Deutsche Parkinson Vereinigung; C-531/07Fachverband der Buch- und Medienwirtschaft; C-333/14 The Scotch Whisky Association; C-302/25 Desch-Drexler; C-198/01 CIF.
Specifiek beleidsterrein: EZ; OCW