C-801/25 Kerdos Investment  

Contentverzamelaar

C-801/25 Kerdos Investment  

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     11 februari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     28 maart 2026

Trefwoorden: vermogensbeheer, marketmaker, designated sponsor, portefeuillebeheer

Onderwerp: Richtlijn 2011/61 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (AIFM): bijlage I, punt 1, onder a); Richtlijn 2014/65 (MiFID II): artikel 1, lid 5 en artikel 17, leden 3 en 4.

Verzoeker ‘Kerdos Investment’ is een vermogensbeheerder. Zij mocht tussen 2007 en 2014 onder bepaalde voorwaarden van haar vergunning een activiteit als ‘marketmaker’ of ‘designated sponsor’ uitoefenen. In 2014 verkreeg zij een vergunning om een intern beheerde abi’s-gemeenschappelijke beleggingsfonds te exploiteren, waarin stond dat zij geen marketmarker of desginated sponsor activiteiten meer mocht uitvoeren. De Duitse rechter vraagt het Hof om uitleg van de begrippen ‘portefeuillebeheer’ en ‘werkzaamheden m.b.t. de activa van de abi’s’ uit richtlijn 2011/61, en naar de relevantie van de MiFID II richtlijn, om te kunnen beoordelen of market making daaronder kan vallen.

Prejudiciële vragen: 

1. Moet het begrip „portefeuillebeheer” in bijlage I, punt 1, onder a), van richtlijn 20011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 (PB L 174, blz. 1) aldus worden uitgelegd dat het het aangaan van een verplichting jegens een handelsplatform omvat om met betrekking tot een of meer financiële instrumenten continu gelijktijdig vaste bied- en laatkoersen van een vergelijkbare omvang en tegen concurrerende prijzen voor ten minste 50 % – en voor designated sponsors voor ten minste 90 % – van de dagelijkse handelstijd van de doorlopende handel op het betrokken handelsplatform bekend te maken? Indien deze vraag ontkennend moet worden beantwoord: 

2. Moet het begrip „werkzaamheden met betrekking tot de activa van de abi’s” in bijlage I, punt 2, onder c), van richtlijn 20011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 (PB L 174, blz. 1) aldus worden uitgelegd dat het het aangaan van een verplichting jegens een handelsplatform omvat om met betrekking tot een of meer financiële instrumenten continu gelijktijdig vaste bied- en laatkoersen van een vergelijkbare omvang en tegen concurrerende prijzen voor ten minste 50 % – en voor designated sponsors voor ten minste 90 % – van de dagelijkse handelstijd van de doorlopende handel op het betrokken handelsplatform bekend te maken?

Indien de vragen 1 en 2 ontkennend moeten worden beantwoord:

3. Moet de verwijzing in artikel 1, lid 5, van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 (PB L 173/349; hierna: „MiFID II-richtlijn”) naar artikel 17, leden 3 en 4, van de MiFID II-richtlijn aldus worden uitgelegd dat de in artikel 1, lid 5, van de MiFID II-richtlijn genoemde deelnemers van gereglementeerde markten de in artikel 17, leden 3 en 4, van die richtlijn genoemde activiteit (het uitvoeren van een marketmakingstrategie) mogen uitoefenen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten