C-814/25 Top Lac Service Cotroceni   

Contentverzamelaar

C-814/25 Top Lac Service Cotroceni   

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     11 februari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     28 maart 2026

Trefwoorden: verzekering, schadefonds, garantieorgaan, vertragingsrente, schadevergoeding, verzekeringsovereenkomst, wettelijke aansprakelijkheid 

Onderwerp: Richtlijn 2009/103/EG  betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid: Artikel 10 bis; Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf: Artikel 268, lid 1, onder g. 

Een verzekeraar is veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding, vertragingsrente en proceskosten aan TOP LAC SERVICE COTROCENI SRL (hierna: verzoeksters). De verzekeraar is kort na de veroordeling failliet verklaard, waardoor verzoekster de Fondul de Garantare a Asiguraților, FGA (hierna: FGA) verzocht had om het bedrag dat de verzekeraar nog tegoed had, te betalen. De FGA weigert tot betaling over te gaan omdat zij meent dat zij als garantieorgaan geen verzekeraar is en dat vertragingsrente en proceskosten geen verzekeringsvorderingen zijn die voortvloeien uit de verzekeringsovereenkomst. Verzoekster betwist dit bij de verwijzende rechter en neemt de standpunt dat er geen wettelijke bepaling is die de betaling van vertragingsrente en proceskosten uitsluit en dat deze vorderingen wel degelijk voortvloeien uit de verzekeringsovereenkomst en gedekt moeten worden door het FGA. De verwijzende rechter vraagt het Hof of vertragingsrente en proceskosten onder de Unierechtelijke verplichtingen van een garantieorgaan voor verzekeringen vallen, met betrekking tot de wettelijke aansprakelijkheid.

Prejudiciële vraag: 
1. Moet artikel 10 bis van richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid aldus worden uitgelegd dat het ook betrekking heeft op: a) de opgelopen vertragingsrente ten gevolge van het feit dat de verzekeraar de verzekeringsvergoeding niet vóór de inleiding van de faillissementsprocedure heeft betaald [en] b) de proceskosten, die beide bij definitieve rechterlijke uitspraak aan de benadeelde zijn toegekend? 

2. Moet artikel 268, lid 1, onder g), van richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf aldus worden uitgelegd dat het ook betrekking heeft op: a) de opgelopen vertragingsrente ten gevolge van het feit dat de verzekeraar de verzekeringsvergoeding niet vóór de inleiding van de faillissementsprocedure heeft betaald [en] b) de proceskosten, die beide bij definitieve rechterlijke uitspraak aan de benadeelde zijn toegekend? 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -  

Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten