C-816/25 Korventus  

Contentverzamelaar

C-816/25 Korventus  

Prejudiciële hofzaak  

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     12 februari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     29 maart 2026

Trefwoorden: goedkeuring voertuigen, verkeersveiligheid, gelijkheidsbeginsel

Onderwerp: Verordening 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers: artikel 2, k).

In deze zaak wordt een man ‘DS’ en de vennootschap ‘Mantra’ strafrechtelijk vervolgd voor het in het verkeer brengen van een voertuig dat niet gelijkvormig is met het type waarvoor een modelgoedkeuring was afgeleverd. Het voertuig betreft een bijzondere fiets (‘velomobiel’), waarbij een snelheid van 63 km/uur werd gemeten door de politie. De zaak draait om de interpretatie van artikel 2, onder k) van verordening 168/2013, waarin bepaalde voertuigen worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de verordening en geen modelgoedkeuring kunnen verkrijgen. Ter discussie staat of de uitsluiting van de regelgeving ook betekent dat die voertuigen niet op de openbare weg mogen worden gebruikt. 

Prejudiciële vragen: 
1) Moet artikel 2, k) van de VERORDENING (EU) Nr. 168/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers aldus worden uitgelegd dat een voertuig dat onder voormelde bepaling ressorteert en geen modelgoedkeuring kan verkrijgen, als een gevolg daarvan op grond van deze regelgeving niet op de openbare weg mag worden gebruikt?

In voorkomend negatief antwoord op deze eerste vraag,

2) Schendt artikel 2, k) van de VERORDENING (EU) Nr. 168/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers de bepalingen van art. 9 van het EU-verdrag en art. 20 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, in zoverre voor ingebruikname op de openbare weg geen verplichtingen inzake modelgoedkeuring (en dus ook geen verplichtingen inzake voertuigveiligheid) aan de fabrikanten van eWAW’s worden opgelegd, terwijl dergelijke verplichtingen wel aan de fabrikant van een vergelijkbaar transportmiddel, zijnde de categorie L1e-B (de speed pedelec), worden opgelegd?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: IenW

Gerelateerde documenten