C-843/25 Trive Credit Spain
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 14 april 2026 Schriftelijke opmerkingen: 31 mei 2026
Trefwoorden: oneerlijke bedingen, doeltreffendheidsbeginsel, vergoeding van kosten
Onderwerp: Richtlijn 93/13 (oneerlijke bedingen): artikel 6, lid 1 en artikel 7, lid 1.
Verzoeker heeft een verzoek tot nietigheid ingediend over een afgesloten leningsovereenkomst vanwege een oneerlijk rentebeding. Het verzoek werd door de rechtbank verworpen, en verzoekster is in de kosten verwezen. Verweerster heeft verzocht om begroting van de kosten, met inbegrip van de verschotten van de procureur die haar heeft vertegenwoordigd en het honorarium van de advocaat die haar heeft bijgestaan. In dat kader zijn er bij de verwijzende rechter ‘ernstige twijfels’ ontstaan of de nationale bepaling, op grond waarvan de vergoeding van de voorschotten van de procureur en honoraria van advocaten is uitgesloten wanneer het bedrag niet hoger is dan 2 000 euro, mogelijk in strijd is met het beginsel van effectieve rechterlijke bescherming in de zin van artikelen 6 en 7 van richtlijn 93/13.
Prejudiciële vraag: Verzet het doeltreffendheidsbeginsel van artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten zich tegen een nationale bepaling (artikel 32, lid 5, LEC) die uitsluit dat procureurs- en advocaatkosten worden vergoed aan consumenten die bij wege van exceptie de nietigheid wegens oneerlijkheid van een beding aanvoeren en die in de rechterlijke beslissing een vergoeding van de kosten toegewezen krijgen?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -
Specifiek beleidsterrein: EZ