C-855/25 Madrid Theme Park Management
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 25 februari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 11 april 2026
Trefwoorden: onrechtmatig ontslag, indirecte discriminatie
Onderwerp: Richtlijn 97/81 (Europese raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid): clausule 4, leden 1 en 2
Verzoeker vordert schadevergoeding voor onrechtmatig ontslag van verwerende partij. Verzoekster was als oproepkracht voor onbepaalde tijd in dienst. De Spaanse rechter betwijfelt of de regeling voor de berekening van de vergoeding wegens onrechtmatig ontslag voor oproepkrachten in overeenstemming is met het Unierecht. In tegenstelling tot de berekening is de rechter van mening dat de volledige looptijd van de overeenkomst in aanmerking moet worden genomen bij de berekening, en niet alleen de daadwerkelijk gewerkte perioden. Hij stelt dat vrouwen anders onevenredig benadeeld worden (omdat zij een grotere aanwezigheid hebben in de posten voor vast oproepwerk), evenals de in deeltijd werkende vaste oproepkrachten.
Prejudiciële vragen: 1) Verzet clausule 4, leden 1 en 2, van de Europese raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid – richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 zich tegen de toepassing van artikel 56, lid 1, van het Estatuto de las personas trabajadoras (werknemersstatuut) wanneer voor de berekening van de vergoeding wegens onrechtmatig ontslag in het kader van een arbeidsverhouding voor vast oproepwerk en arbeid voor onbepaalde tijd, uitsluitend rekening wordt gehouden met de daadwerkelijk gewerkte perioden en niet met de kalenderduur of lineair gemeten duur van de arbeidsverhouding vanaf de aanvang ervan?
2) Verzetten artikel 2, lid 1, onder b), en artikel 14, [lid 1, onder a) en c)], van richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking), zich tegen de toepassing van artikel 56, lid 1, van het werknemersstatuut wanneer voor de berekening van de vergoeding wegens onrechtmatig ontslag in het kader van een arbeidsverhouding voor vast oproepwerk en arbeid voor onbepaalde tijd, uitsluitend rekening wordt gehouden met de daadwerkelijk gewerkte perioden en niet met de kalenderduur of lineair gemeten duur van de arbeidsverhouding vanaf de aanvang ervan?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-486/18 Praxair MRC; C-439/18 AEAT; C-344/19 Radiotelevizija Slovenija.
Specifiek beleidsterrein: SZW