C-857/25 Urbe Vigilanza
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 3 maart 2026 Schriftelijke opmerkingen: 17 april 2026
Trefwoorden: aanbestedingsprocedures, vergunningen, concern, deelnemingsbeperkingen
Onderwerp: Richtlijn 2014/24 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten: Artikel 2, lid 1, punt 10, artikel 46, overwegingen 1 en 2.
De Società Regionale per la Sanità della Regione Campania (hierna: So.Re.Sa.) heeft een openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de gunning van bewakings- en receptiediensten, verdeeld in meerdere percelen, waarbij een deelnemings- en gunningsbeperking gold. Vier ondernemingen (hierna: de Cosmopol-groep) die tot een concern behoren hebben zich afzonderlijk op verschillende percelen ingeschreven. De So.Re.Sa heeft dit voorgelegd bij de Italiaanse Autoriteit voor Concurrentie en Markten (hierna: de AGCM). De AGCM oordeelde dat er geen sprake was van een mededingingsbeperkend kartel, maar wees erop dat bij de toepassing van deelnemings- en gunningsbeperkingen de Cosmopol-groep als een economische entiteit zouden kunnen worden beschouwd. De So.Re.Sa heeft vervolgens een perceelvergunning van de Cosmopol-groep toegewezen. De tweede inschrijver, Sistemi di Sicurezza, heeft tegen deze gunning beroep ingesteld bij de bestuursrechter. De bestuursrechter in eerste aanleg heeft dit beroep toegewezen, waarna de Cosmopol-groep hoger beroep heeft ingesteld bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter vraagt het Hof of het Unierecht het toestaat dat deelnemingsbeperkingen op concernniveau bij verdeelde percelen op concernniveau worden toegepast.
Prejudiciële vragen: 1. Kan het Unierecht, en in het bijzonder artikel 2, lid 1, punt 10, van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 (betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG), waarin het begrip „ondernemer” is gedefinieerd, in het licht van de overwegingen 1 en 2 van die richtlijn ruim worden uitgelegd zodat het ook een concern omvat waarvan een ondernemer deel uitmaakt?
2. Kan het Unierecht, en in het bijzonder artikel 46 van richtlijn 2014/24/EU betreffende de onderverdeling van de aanbestedingsprocedure in percelen, dat de aanbestedende diensten de bevoegdheid verleent om de aanbestedingsprocedure in percelen te verdelen (lid 1), de indiening van inschrijvingen tot „één perceel, meer of alle percelen” te beperken (lid 2) en „het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen” aan te geven (lid 2, [tweede] alinea), aldus worden toegepast dat het concern waartoe de inschrijver behoort, in aanmerking wordt genomen?
3. Staat het Unierecht, en in het bijzonder de algemene beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid, eraan in de weg dat een inschrijver die deel uitmaakt van een concern dat bij een in percelen verdeelde overheidsopdracht via zijn dochterondernemingen heeft deelgenomen en ingeschreven voor een bedrag dat de in de aanbesteding vastgestelde deelnemings- en gunningsbeperkingen overschrijdt, automatisch van de aanbesteding wordt uitgesloten?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-538/07 Assistur; C-144/17 Lloyd’s of London.
Specifiek beleidsterrein: EZ