EU-Gerecht verklaart beschikking van Europese Commissie houdende goedkeuring van herstructureringssteun aan chartermaatschappij Condor nietig

Contentverzamelaar

EU-Gerecht verklaart beschikking van Europese Commissie houdende goedkeuring van herstructureringssteun aan chartermaatschappij Condor nietig

Gelet op de twijfels die de Europese Commissie had moeten hebben over de verenigbaarheid van de steun die Duitsland in het kader van herstructureringssteun aan chartermaatschappij Condor wilde verlenen met het Unierecht, had zij een formele onderzoeksprocedure moeten inleiden. Dat is de uitspraak van het EU-Gerecht in een beroepzaak die Ryanair heeft aangespannen over het goedkeuringsbesluit voor de herstructureringssteun van de Europese Commissie.

Het gaat om het arrest van het EU-Gerecht van 8 mei 2024 in zaak T-28/22 (Ryanair/Commissie – Condor herstructureringssteun).

Achtergrond
Bij besluit van 26 juli 2021 heeft de Europese Commissie, zonder een formele onderzoeksprocedure in te leiden, herstructureringssteun ter waarde van 321 miljoen euro goedgekeurd die Duitsland voornemens was toe te kennen aan de Duitse chartermaatschappij Condor. De steun was bedoeld om de herstructurering en voortzetting van de activiteiten van Condor te ondersteunen en om een oplossing te vinden voor de moeilijkheden waarmee de onderneming te kampen had door de insolventie van haar voormalige moedermaatschappij Thomas Cook. In het kader van die insolventie ontving Condor reeds eerder reddingssteun, die de Commissie bij beschikking van 14 oktober 2019 heeft goedgekeurd. Het beroep dat Ryanair tegen die beschikking had ingesteld, is door het EU-Gerecht verworpen bij arrest van 18 mei 2022 (Ryanair/Commissie (Condor; reddingssteun), T-577/20). Ryanair heeft tegen dit arrest geen beroep ingesteld bij het EU-Hof.

Ryanair vecht de beslissing van 26 juli 2021 aan bij het Gerecht van de Europese Unie.

EU-Gerecht
Bij het arrest van 8 mei 2024 verklaart het EU-Gerecht de beschikking van de Commissie nietig.

De Europese Commissie had volgens het EU-Gerecht de betrokken herstructureringssteun niet mogen goedkeuren zonder een formele onderzoeksprocedure in te leiden. Ryanair heeft dus voldoende aangetoond dat de Commissie twijfels had moeten hebben die de inleiding van een dergelijke procedure rechtvaardigden.

Bijgevolg had de Commissie zich volgens het EU-Gerecht moeten afvragen of de betrokken steun voldeed aan de eis van een passende lastenverdeling (die door de Commissie is vastgesteld in haar richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden).

Volgens dit vereiste moet met name herstructureringssteun die de vermogenspositie van de begunstigde verbetert (volgens het EU-Gerecht verbetert de litigieuze herstructureringssteun, die met name de vorm aanneemt van een gedeeltelijke kwijtschelding van de schuld van Condor, de vermogenspositie van de begunstigde), worden toegekend onder voorwaarden die de staat een redelijk aandeel in de toekomstige waardestijgingen van de begunstigde verschaffen. Uit niets in de bestreden beschikking blijkt echter dat de Commissie zich ervan heeft vergewist of de betrokken steun is toegekend onder voorwaarden die Duitsland een redelijk aandeel in de toekomstige waardestijging van Condor verschaffen.

Bovendien zijn deze twijfels die de Commissie had moeten hebben, noodzakelijkerwijs van invloed op haar beoordeling van de draagwijdte van de in haar beschikking voorziene en op Condor toepasselijke maatregelen ter beperking van de mededingingsverstoringen.

Het EU-Gerecht wijst het door Ryanair ingestelde beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie weliswaar toe, maar preciseert dat Ryanair deze beschikking bij het EU-Gerecht slechts kan aanvechten voor zover zij haar procedurele rechten in het kader van de formele onderzoeksprocedure tracht te beschermen. Daarentegen kan Ryanair de inhoud van de beschikking niet ten gronde aanvechten. Ryanair heeft volgens het EU-Gerecht niet aangetoond dat de betrokken steun aanzienlijke nadelige gevolgen kon hebben voor haar concurrentiepositie en dat zij derhalve individueel werd geraakt door de beschikking van de Commissie.

Meer informatie:
Persbericht Curia
ECER-dossier: Staatssteun