EU-Hof: Oproepdienst die de werknemer aanzienlijk beperkt bij de invulling van zijn vrije tijd kan als arbeidstijd worden aangemerkt

Contentverzamelaar

EU-Hof: Oproepdienst die de werknemer aanzienlijk beperkt bij de invulling van zijn vrije tijd kan als arbeidstijd worden aangemerkt
Een buiten de werkplek te verrichten oproepdienst kan als ‘arbeidstijd’ worden aangemerkt wanneer de werknemer door het geheel van verplichtingen tijdens de oproepdienst aanzienlijk wordt beperkt bij de invulling van zijn vrije tijd. Indien binnen een kort tijdsbestek moet worden gereageerd op een oproep, interventies tijdens de oproepdienst vaak voorkomen of de interventies vaak niet van korte duur zijn kan sprake zijn van een dergelijke beperking bij de invulling van de vrije tijd. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 9 maart 2021 in de zaak C-580/19, RJ tegen Stadt Offenbach am Main .

Achtergrond

RJ werkt als brandweerman bij het brandweerkorps van Offenbach am Main (Duitsland). Als bevelvoerder voert hij regelmatig oproepdiensten uit. Tijdens deze oproepdiensten moet RJ permanent bereikbaar zijn, zijn werkkleding gereedhouden en het door de werkgever ter beschikking gestelde hulpverleningsvoertuig bij zich hebben. Tijdens de oproepdienst moet hij zijn verblijfplaats zo uitkiezen dat hij binnen 20 minuten met zijn hulpverleningsvoertuig en in werkkleding de stadsgrens van Offenbach am Main kan bereiken.

Tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015 heeft RJ 126 keer oproepdienst verricht. Tijdens twintig diensten heeft hij op alarmmeldingen moeten reageren of zelf actie moeten ondernemen. RJ heeft verzocht om de oproepdiensten als ‘arbeidstijd’ in de zin van artikel 2, punt 1 van richtlijn 2003/86 (hierna: EU-Arbeidstijdenrichtlijn) te kwalificeren en de gemaakte uren als ‘arbeidstijd’ te vergoeden. Het geding is uiteindelijk bij een Duitse bestuursrechter in eerste aanleg terecht gekomen.

De rechter in deze zaak vraagt aan het EU-Hof of artikel 2, punt 1 van de EU-Arbeidstijdenrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat oproepdiensten waarin een werknemer verplicht is om in uniform en met het hulpverleningsvoertuig binnen 20 minuten de stadsgrens van zijn standplaats te kunnen bereiken als ‘arbeidstijd’ moet worden aangemerkt. In dit verband wil de rechter ook weten of het relevant is dat de werkgever de werknemer niet verplicht om gedurende de oproepdienst fysiek aanwezig te zijn op een door de werkgever bepaalde plaats. Tevens wil de rechter van het EU-Hof weten of bij de beoordeling of een oproepdienst kan worden aangemerkt als ‘arbeidstijd’ rekening moet worden gehouden met de frequentie waarmee een werknemer tijdens zijn dienst wordt opgeroepen.

EU-Hof

Het EU-Hof brengt in herinnering dat een wachtdienst van een werknemer – zoals de oproepdienst in deze zaak - ofwel als ‘arbeidstijd’ ofwel als ‘rusttijd’ in de zin van artikel 2, punten 1 en 2 van de EU-Arbeidstijdenrichtlijn moet worden aangemerkt, aangezien deze begrippen elkaar uitsluiten ( C-344/19 ). Volgens het EU-Hof zijn de begrippen ‘arbeidstijd’ en ‘rusttijd’ EU-rechtelijke begrippen en dienen zij autonoom te worden uitgelegd.

Vervolgens oordeelt het EU-Hof dat een wachtdienst onder het begrip ‘arbeidstijd’ kan vallen. Dit is het geval wanneer de verplichtingen die tijdens de wachtdienst aan de werknemer worden opgelegd hem objectief en aanzienlijk beperken in zijn mogelijkheden om zelf invulling te geven aan zijn vrije tijd. In dit kader oordeelt het EU-Hof dat bij de beoordeling of een wachtdienst als ‘arbeidstijd’ kan kwalificeren alleen rekening dient te worden gehouden met de verplichtingen die de werknemer worden opgelegd door het nationale recht, de CAO of door de werkgever.

Bij de beoordeling hoeft volgens het EU-Hof niet rekening te worden gehouden met organisatorische problemen die het gevolg zijn van natuurlijke omstandigheden of de vrije keuze van de werknemer. Bijvoorbeeld de grote afstand tussen de door de werknemer vrijelijk gekozen woonplaats en de plaats die hij tijdens zijn wachtdienst binnen een bepaalde tijdsbestek moet kunnen bereiken is niet relevant, omdat het de vrije keuze van de werknemer was om op zo’n grote afstand van het werk te gaan wonen.

Wanneer de werknemer niet verplicht is om zijn wachtdienst fysiek op zijn werkplek door te brengen moet aan de hand van alle omstandigheden van de zaak worden beoordeeld of sprake is van ‘arbeidstijd’ in de zin van de EU-Arbeidstijdenrichtlijn. Met name de gevolgen die alle aan de werknemer opgelegde verplichtingen samen hebben voor zijn mogelijkheden om zijn tijd buiten de werkplek vrij in te vullen en om zich met zijn interesses bezig te houden, zijn volgens het EU-Hof van belang. In dit kader moet onder meer worden gekeken naar de gevolgen van het tijdsbestek waarbinnen de werknemer bij een oproep zijn werk moet hervatten en waarvoor hij zich terug naar zijn werkplek moet begeven. Een kort tijdsbestek voorkomt namelijk dat de werknemer de tijd heeft om te ontspannen, omdat hij weet dat hij bij een oproep direct moet vertrekken. Daarnaast moet ook worden gekeken naar de frequentie en de duur van de oproepen. Als de frequentie hoog is of de interventies in de regel niet van korte duur zijn kan de oproepdienst als ‘arbeidstijd’ worden aangemerkt.

Verder brengt het EU-Hof in herinnering dat de EU-Arbeidstijdenrichtlijn geen betrekking heeft op de beloning van werknemers. Ondanks dat een oproepdienst als ‘arbeidstijd’ kan worden aangemerkt, valt de wijze waarop werknemers voor oproepdiensten worden vergoed onder het nationale recht.

Tenslotte oordeelt het EU-Hof dat wanneer een oproepdienst als ‘rusttijd’ moet worden aangemerkt, de werkgevers geen zodanig lange of frequente oproepdiensten kunnen invoeren dat deze een risico opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Dergelijke lange of frequente wachtdiensten zijn volgens het EU-Hof onverenigbaar met de verplichtingen uit richtlijn 89/391 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk .

Meer informatie: