EU-Hof: Toestemming auteursrechthouder kan vereist zijn indien zijn werken door framing op de website van een derde worden opgenomen

Contentverzamelaar

EU-Hof: Toestemming auteursrechthouder kan vereist zijn indien zijn werken door framing op de website van een derde worden opgenomen
Door de techniek van framing kan op een deel van een webpagina worden verwezen naar (auteursrechtelijk beschermde) content op een andere website. De opneming van een auteursrechtelijk beschermd werk op de website van een derde door middel van de techniek van framing vormt een ‘mededeling aan een nieuw publiek’ in de zin van de EU-auteursrechtenrichtlijn waarvoor de auteursrechthouder toestemming moet verlenen. Toestemming is echter alleen vereist wanneer de houder van het auteursrecht beperkende maatregelen heeft getroffen of opgelegd tegen framing en de getroffen voorzieningen zijn omzeild. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 9 maart 2021 in de zaak C-392/19, VG Bild Kunst tegen SPK .

Achtergrond

Door de techniek van framing kan een pagina van een website in verschillende kaders worden verdeeld, waarbij in één van die kaders via een aanklikbare link een element zichtbaar wordt dat van een andere website afkomstig is. De aanklikbare link kan bijvoorbeeld verwijzen naar een stuk tekst, een grafisch bestand of een audiovisueel bestand op een andere website. Deze content op de andere website kan auteursrechtelijk beschermd zijn.

Artikel 3, lid 1 van richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten (hierna: EU-auteursrechtenrichtlijn) bepaalt dat auteurs over het uitsluitende recht beschikken om een ‘mededeling aan het publiek’ – per draad of draadloos - van hun auteursrechtelijk beschermde werken toe te staan of te verbieden. Wanneer een auteursrechtelijk beschermd werk op een webpagina wordt gepubliceerd is dus de toestemming van de houder van het auteursrecht vereist.

In deze zaak gaat het om VG Bild Kunst, een organisatie voor het collectieve beheer van beeldende kunsten in Duitsland en SPK, een Duitse stichting die beheerder is van een digitale bibliotheek. VG Bild Kunst had geweigerd om met SPK een licentieovereenkomst te sluiten voor het gebruik van de auteursrechtelijk beschermde werken die VG Bild Kunst in beheer heeft. VG Bild Kunst weigerde de licentieovereenkomst te sluiten omdat SPK had geweigerd om akkoord te gaan met een bepaling in de licentieovereenkomst op grond waarvan zij zich ertoe zou verbinden om bij het gebruik van de in de licentieovereenkomst bedoelde werken technische voorzieningen te treffen tegen het framen van die werken door derden. SPK was van mening dat een dergelijke contractuele bepaling auteursrechtelijk gezien niet redelijk was en heeft beroep ingesteld bij de rechter om VG Bild Kunst te verplichten om hem een licentie te verlenen zonder de gestelde voorwaarde.

Uiteindelijk kwam het geschil terecht bij de hoogste Duitse federale rechter in burgerlijke en strafzaken. Deze rechter stelde vast dat de uitkomst van het geschil afhankelijk is van de vraag of sprake is van een mededeling van auteursrechtelijk beschermde werken aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1 van de EU-auteursrechtenrichtlijn wanneer een auteursrechtelijk beschermd werk door middel van framing op de website van een derde wordt opgenomen en de door de auteursrechthouder getroffen of geïnitieerde voorzieningen tegen framing worden omzeild.

EU-Hof

Het EU-Hof brengt in herinnering dat om te kunnen spreken van een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1 van de EU-auteursrichtlijn die mededeling gericht moet zijn aan een ‘nieuw publiek’ ( C-263/18 ). Aangezien de techniek van framing volgens het EU-Hof dezelfde techniek gebruikt als die welke reeds gebruikt is om het auteursrechtelijk beschermde werk op de oorspronkelijke website aan het publiek mede te delen – namelijk die van het internet – voldoet de mededeling door middel van de techniek van framing niet aan de voorwaarde dat deze mededeling wordt gedaan aan een ‘nieuw publiek’. De internetbezoekers konden de auteursrechtelijke beschermde werken namelijk ook al vrij raadplegen via de oorspronkelijke website.

Volgens het EU-Hof geldt deze bovenstaande redenering echter niet wanneer de houder van het auteursrecht beperkende maatregelen heeft genomen of opgelegd aan de oorspronkelijke website met betrekking tot de toegang tot de werken op de oorspronkelijke website. De beheerder van de oorspronkelijke website – die een licentieovereenkomst heeft gesloten met de auteursrechthouder – moet dan voorzieningen treffen om de toegang tot die werken te beperken en om de verspreiding van die werken door de techniek van framing te voorkomen.

Het EU-Hof oordeelt vervolgens dat de auteursrechthouder door het opleggen van beperkende maatregelen er niet mee heeft ingestemd dat derden zijn werken – door middel van de techniek van framing – vrijelijk aan het publiek kunnen mededelen. De auteursrechthouder heeft juist door het opleggen van beperkende maatregelen – bijvoorbeeld in de licentieovereenkomst - de toegang tot zijn werken willen beperken tot de gebruikers van een bepaalde (oorspronkelijke) website. Volgens het EU-Hof is daarom sprake van een “mededeling aan een nieuw publiek” wanneer de auteursrechthouder maatregelen ter beperking van framing heeft getroffen of opgelegd en zijn werken alsnog door de techniek van framing op een website van een derde ter beschikking worden gesteld. De auteursrechthouder moet in zo’n geval toestemming verlenen voor de terbeschikkingstelling van zijn werken op de website van de derde.

Meer informatie: