EU stelt een Mensenrechtensanctieregime in

Contentverzamelaar

EU stelt een Mensenrechtensanctieregime in
Het EU-Mensenrechtensanctieregime voorziet in gerichte sancties tegen personen en entiteiten die wereldwijd ernstige schendingen van de mensenrechten hebben begaan. Met de vaststelling van het EU-Mensenrechtensanctieregime onderstreept de EU het belang van de bescherming van de mensenrechten in het externe optreden van de EU.

De Raad heeft op 7 december 2020 een wereldwijde sanctieregeling voor de mensenrechten ingesteld (middels Besluit 2020/1999 (hierna: Besluit) en Verordening 2020/1998 ). Dit zogenoemde EU-Mensenrechtensanctieregime biedt de EU een kader om zich te richten op personen, entiteiten en organen die verantwoordelijk zijn voor of betrokken zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen in de wereld, ongeacht de plaats waar deze schendingen hebben plaatsgevonden.

Het Mensenrechtensanctieregime (hierna: regime) is van toepassing op handelingen zoals genocide en misdrijven tegen de menselijkheid ( artikel 1, lid 1, onder a en b, Besluit ). Ook is het regime van toepassing op handelingen zoals foltering, slavernij, buitengerechtelijke executies en willekeurige arrestaties en detenties ( artikel 1, lid 1, onder c, Besluit ). Daarnaast kan het onder meer gaan om schendingen van de mensenrechten zoals mensenhandel, seksueel en gendergerelateerd geweld of schending van de vrijheid van godsdienst, voor zover die schendingen wijdverbreid zijn, systematisch van aard zijn of anderszins aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid in het licht van de doelstellingen van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB) als omschreven in artikel 21 EU-Verdrag ( artikel 1, lid 1, onder d, Besluit ).

Op grond van het regime wordt het mogelijk om een inreisverbod voor de EU in te stellen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor handelingen die onder het toepassingsgebied van het regime vallen ( artikel 2, lid 1, onder a, Besluit ). Daarnaast wordt het mogelijk om de tegoeden en de economische middelen van personen, entiteiten of organen te bevriezen ( artikel 3, lid 1, onder a, Besluit ). Wanneer een persoon, entiteit of orgaan onder het Mensenrechtensanctieregime valt is het voor andere personen en entiteiten in de EU verboden om direct of indirect middelen ter beschikking te stellen aan dergelijke personen, entiteiten of organen ( artikel 3, lid 2, Besluit )

Het is aan de Raad om, op voorstel van een lidstaat of van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse zaken en Veiligheidsbeleid, de sanctielijst op te stellen, te herzien en te wijzigen ( artikel 5, lid 1, Besluit ). Op de sanctielijst staan alle personen, entiteiten en organen die zich schuldig hebben gemaakt aan de handelingen die onder het toepassingsgebied van het regime vallen en waartegen beperkende maatregelen (o.a. inreisverbod, bevriezen tegoeden) zijn ingesteld.

Meer informatie: