Europese Commissie keurt herziene mededeling goed over de toepassing van de staatssteunregels na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU

Contentverzamelaar

Europese Commissie keurt herziene mededeling goed over de toepassing van de staatssteunregels na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU

De mededeling geeft verduidelijking over de toepassing van de EU-staatssteunregels op het Verenigd Koninkrijk na diens terugtrekking uit de EU door de Brexit. Het gaat daarbij met name om de situatie van subsidieverlening in het VK die de handel tussen Noord-Ierland en de EU kan beïnvloeden.

De herziene Mededeling van de Europese Commissie van 9 juni 2023 volgt op de gezamenlijke verklaring van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk in het Gemengd Comité van de Overeenkomst betreffende de terugtrekking van 24 maart 2023 over de toepassing van artikel 10, lid 1, van de Windsor-kaderregeling, waarin wordt verduidelijkt onder welke omstandigheden in het Verenigd Koninkrijk verleende subsidies waarschijnlijk onder artikel 10, lid 1, van de Windsor-kaderregeling vallen omdat zij de handel tussen Noord-Ierland en de EU beïnvloeden. Zie ook dit ECER-bericht.

In overeenstemming met de gezamenlijke verklaring wordt in de goedgekeurde mededeling gespecificeerd dat, wil een maatregel worden geacht een reële en directe band met Noord-Ierland te hebben en dus gevolgen te hebben voor het relevante handelsverkeer tussen Noord-Ierland en de EU, die maatregel reële voorzienbare gevolgen voor dat handelsverkeer moet hebben. Deze gevolgen moeten concreet zijn en niet louter hypothetisch of verondersteld.

In dit verband is de kans groter dat maatregelen ten behoeve van een in Noord-Ierland gevestigde begunstigde een reële en rechtstreekse band met Noord-Ierland hebben en dus onder de EU-staatssteunregels vallen. Voor maatregelen ten behoeve van een begunstigde die in Groot-Brittannië is gevestigd, moet het rechtstreekse verband met Noord-Ierland - en dus de materiële invloed op het handelsverkeer met de EU - worden beoordeeld aan de hand van andere factoren, zoals de omvang van de onderneming, de omvang van de subsidie en de aanwezigheid van de begunstigde op de relevante markt in Noord-Ierland.

Sinds het einde van de overgangsperiode (die liep tot 31 december 2020) is het EU-staatssteuntoezicht niet langer van toepassing op staatssteun die vanaf die datum door het Verenigd Koninkrijk wordt toegekend, tenzij deze invloed heeft op de handel tussen Noord-Ierland en de Europese Unie waarop het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland (“het protocol”) /“Windsor-kader”) van toepassing is. Buiten de specifieke bepalingen van het Windsor-kader is de Europese Commissie dus niet langer bevoegd om mogelijke staatssteunmaatregelen die na die datum door het Verenigd Koninkrijk zijn toegekend, te onderzoeken en daarover besluiten te nemen. Gevolg daarvan is dat belanghebbenden over dergelijke maatregelen geen formele klachten meer zullen kunnen indienen bij de Europese Commissie.

Wat betreft staatssteun die door het Verenigd Koninkrijk is toegekend vóór het eind van de overgangsperiode, schetst de Mededeling de toepasselijke regels. Voorts behoudt de Europese Commissie volgens de mededeling het recht om een zaak voor het EU-Hof te brengen wegens niet-nakoming van die besluiten gedurende een periode van vier jaar na het eind van de overgangsperiode of, indien dat later is, na de datum van het besluit. De arresten van het EU-Hof in deze zaken blijven bindend en uitvoerbaar voor het Verenigd Koninkrijk. Bijgevolg kunnen belanghebbenden de Europese Commissie blijven informeren – met formele klachten of anderszins – over mogelijk onrechtmatige staatssteun die door het Verenigd Koninkrijk is toegekend vóór het eind van de overgangsperiode.


Meer informatie:

Nieuwsbericht Europese Commissie
ECER-dossier: Brexit