Europese Commissie presenteert wetgevingsvoorstel om met dwangarbeid vervaardigde producten van de EU-markt te weren

Contentverzamelaar

Europese Commissie presenteert wetgevingsvoorstel om met dwangarbeid vervaardigde producten van de EU-markt te weren
Het wetgevingsvoorstel voorziet in een verbod op het op de EU-markt brengen en aanbieden van producten die met dwangarbeid, waaronder gedwongen kinderarbeid, zijn vervaardigd. De uitvoer uit de EU van dergelijke producten is ook verboden. Nationale autoriteiten in de lidstaten zullen het verbod toepassen door middel van een robuust en risicogebaseerd handhavingskader.

Achtergrond

Het wetgevingsvoorstel sluit aan bij de toezegging van voorzitter Von der Leyen in de toespraak over de Staat van de Unie van 2021 (zie het ECER-bericht over die toespraak). De EU bevordert waardig werk in alle sectoren en op alle beleidsterreinen op basis van een alomvattende aanpak gericht op werknemers op de binnenlandse markten, in derde landen en in de wereldwijde toeleveringsketens. Dit omvat fundamentele arbeidsnormen zoals de uitbanning van dwangarbeid. In de mededeling over waardig werk wereldwijd (2022) worden de interne en externe beleidsmaatregelen uiteengezet die de EU gebruikt om wereldwijd voor waardig werk te zorgen, onder meer via internationale partnerschappen, handel, EU-nabuurschap en uitbreiding, maatregelen tegen mensenhandel en overheidsopdrachten (zie het ECER-bericht over de mededeling).

De EU pakt schendingen met betrekking tot waardig werk, waaronder dwangarbeid, ook proactief aan in verschillende internationale contexten, zoals de Internationale Arbeidsorganisatie, de G-7 en de Wereldhandelsorganisatie. In juli 2021 hebben de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) richtsnoeren bekendgemaakt om bedrijven in de EU te helpen bij het nemen van passende maatregelen om het risico op dwangarbeid in hun activiteiten en toeleveringsketens aan te pakken, en zo een brug geslagen naar verplichte horizontale wetgeving inzake passende zorgvuldigheid.

Op 14 september 2022 heeft de Europese Commissie een wetgevingsvoorstel gepresenteerd om met dwangarbeid vervaardigde producten van de EU-markt te weren.

Inhoud van het wetgevingsvoorstel

Het wetgevingsvoorstel introduceert een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten. Het voorstel heeft betrekking op alle producten — te weten in de EU vervaardigde producten voor binnenlands verbruik en uitvoer, evenals ingevoerde goederen, zonder dat het daarbij op specifieke ondernemingen of bedrijfstakken is gericht.

Nationale autoriteiten in de lidstaten zullen het verbod toepassen door middel van een robuuste, risicogebaseerde handhavingsaanpak. Zij zullen risico's inzake dwangarbeid in eerste instantie beoordelen aan de hand van verschillende informatiebronnen die samen het in kaart brengen van risico's moeten vergemakkelijken en hun inspanningen gerichter moeten helpen maken. Het kan hierbij gaan om bijdragen van het maatschappelijk middenveld, een gegevensbank voor risico's op dwangarbeid die op specifieke producten en geografische gebieden is gericht, en de zorgvuldigheid die bedrijven betrachten.

De autoriteiten zullen onderzoeken starten naar producten waarvoor gegronde vermoedens bestaan dat zij met dwangarbeid zijn vervaardigd. Zij kunnen informatie opvragen bij bedrijven en controles en inspecties verrichten, ook in landen buiten de EU. Als de nationale autoriteiten vaststellen dat er sprake is van dwangarbeid, zullen zij gelasten de reeds in de handel gebrachte producten uit de handel te nemen en zullen zij verbieden de producten in de handel te brengen en uit te voeren. Bedrijven zullen verplicht zijn de goederen te verwijderen. De douaneautoriteiten van de lidstaten zullen belast zijn met de handhaving aan de grenzen van de EU.

Als de nationale autoriteiten niet al het bewijsmateriaal kunnen verzamelen dat zij nodig hebben, bijvoorbeeld vanwege het gebrek aan medewerking van een bedrijf of een autoriteit van een staat buiten de EU, kunnen zij het besluit nemen op basis van de beschikbare gegevens.

De bevoegde autoriteiten passen gedurende het hele proces de beginselen van risicogebaseerde beoordeling en evenredigheid toe. Op deze basis houdt het voorstel rekening met de situatie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). Kmo's kunnen, zonder dat zij worden vrijgesteld, profiteren van de specifieke opzet van de maatregel, d.w.z. dat de bevoegde autoriteiten rekening zullen houden met de omvang en de middelen van de betrokken marktdeelnemers, en de grootte van het risico van dwangarbeid voordat zij een formeel onderzoek openen.

De Commissie zal binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van de verordening ook richtsnoeren uitvaardigen. De richtsnoeren zullen richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid op het gebied van dwangarbeid en informatie over risico-indicatoren voor dwangarbeid omvatten. Het nieuwe EU-netwerk voor met dwangarbeid vervaardigde producten zal een platform zijn voor gestructureerde coördinatie en samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en de Commissie.   

Volgende stappen

Het voorstel moet nu door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie worden besproken en goedgekeurd voordat het in werking kan treden. Het zal 24 maanden na de inwerkingtreding ervan van toepassing zijn.

Meer informatie: