Europese natuur staat onder druk

Contentverzamelaar

Europese natuur staat onder druk
De niet-duurzame land- en bosbouw, stedelijke wildgroei en vervuiling hebben tot gevolg dat de Europese biodiversiteit drastisch achteruitgaat, hetgeen op zijn beurt het voortbestaan van duizenden diersoorten en habitats bedreigt. Dat is de conclusie van het Europees Milieu Agentschap in zijn meest recente ‘Stand van de natuur in de EU’-verslag.

Het gaat om het verslag van het Europees Milieu Agentschap van 19 oktober 2020, ‘ Stand van de natuur in de EU ’ (ENG).

De Europese natuur blijft achteruitgaan. De oorzaken hiervan zijn onder andere te vinden in niet-duurzame land- en bosbouw, stedelijke wildgroei en vervuiling. Ook lucht-, water- en bodemverontreiniging en klimaatverandering spelen daarbij een grote rol. Als de achteruitgang niet snel wordt aangepakt, zal deze onvermijdelijk leiden tot een uitholling van de biodiversiteit, hetgeen gevaren met zich meebrengt voor de welvaart en menselijke gezondheid, zo valt te lezen in het persbericht van de Europese Commissie.

De Europese Commissie: ‘Het verslag onderstreept de duidelijke noodzaak voor handelen als we er echt in willen slagen om de biodiversiteit in Europa tegen 2030 op de weg naar herstel te brengen, zoals beoogd wordt in de nieuwe EU-biodiversiteitsstrategie . In dit verband zal de volledige verwezenlijking van de doelstellingen en streefdoelen die in deze strategie en in de “ van boer tot bord ” -strategie zijn voorgesteld, van essentieel belang zijn.’

Uit het verslag blijkt verder dat de meerderheid van de beschermde diersoorten en habitats op EU-niveau een ontoereikende of slechte status hebben. Zo bestaan er zorgen over vogelsoorten die nauw verbonden zijn met de landbouw en gaat het niet goed met de zoetwatervissen, die het slechts scoren volgens het verslag (38% van de soorten verkeren in een slechte staat van instandhouding).

Dat geldt overigens niet voor alle diersoorten en habitats. De Iberische Lynx, het bosrendier en de otter beginnen zich te herstellen. Voor deze diersoorten zijn grote instandhoudingsprojecten opgezet. Het LIFE-programma van de EU, specifieke agromilieuregelingen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en het Natura 2000-netwerk met zijn 27 000 gebieden blijven een positieve invloed hebben, maar moeten volgens het verslag aanzienlijk worden opgeschaald.

Er is ook een extra inspanning nodig binnen de bestaande natuurrichtlijnen ( vogelrichtlijn en habitatrichtlijn ) ter verbetering van de controlecapaciteiten binnen de lidstaten, zodat zij de daarin beschreven doelstellingen kunnen verwezenlijken. Hoewel de natuurbeoordelingen een verbeterde gegevensbeschikbaarheid tonen, blijven veel lacunes bestaan, met name voor mariene diersoorten. Bovendien zijn er nieuwe indicatoren en gegevens nodig om de rol van het Natura 2000-netwerk naar behoren te kunnen evalueren bij het bereiken van de doelstellingen van de natuurrichtlijnen en de doelstellingen van de EU-biodiversiteitstrategie voor 2030, aldus het verslag.

Meer informatie: