Inbreukprocedure tegen Nederland vanwege te late omzetting van het Europees wetboek voor elektronische communicatie

Contentverzamelaar

Inbreukprocedure tegen Nederland vanwege te late omzetting van het Europees wetboek voor elektronische communicatie
De Europese Commissie heeft inbreukprocedures ingeleid tegen Nederland en 23 andere lidstaten omdat zij de nieuwe EU-telecomregels niet (tijdig) hebben geïmplementeerd. De lidstaten hadden deze nieuwe EU-telecomregels voor eind december 2020 moeten omzetten in hun nationale wetgeving.

Achtergrond

Richtlijn 2018/1972 tot vaststelling van het Europees wetboek voor telecommunicatie beoogt het Europese regelgevingskader voor elektronische communicatie te moderniseren. Door het nieuwe regelgevingskader krijgen consumenten meer keuzevrijheid en rechten, bijvoorbeeld dankzij duidelijkere contracten, een betere kwaliteit van dienstverlening en concurrerende markten.

Daarnaast wordt er op grond van de richtlijn voor gezorgd dat communicatiediensten aan strengere normen voldoen, waardoor onder meer noodcommunicatie efficiënter en toegankelijker wordt. Ook is de gedachte achter het Europees wetboek voor telecommunicatie dat exploitanten baat hebben bij regels die investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit stimuleren en bij een grotere voorspelbaarheid van de regelgeving, wat leidt tot meer innovatieve digitale diensten en infrastructuurvoorzieningen.

De Richtlijn – waarin  het wetboek is opgenomen- is een centraal wetgevingsinstrument van de Commissie om de  Europese gigabitmaatschappij  tot stand te brengen en te zorgen voor volledige participatie van alle EU-burgers in de digitale economie en samenleving. Met het in 2018 vastgestelde Europees wetboek voor elektronische communicatie worden vier bestaande richtlijnen in één enkel instrument samengebracht. Het gaat om de  kader- , de  machtigings- , de  toegangs-  en de  universeledienstrichtlijn .

In december 2018 is de Richtlijn - waarin het Europees wetboek is opgenomen- vastgesteld. Lidstaten kregen op dat moment twee jaar de tijd om de desbetreffende regels te implementeren.
De Europese Commissie heeft daarbij de lidstaten ook willen ondersteunen in de vorm van richtsnoeren en bijstand, bijvoorbeeld door
voortdurend evaluaties te verrichten van, sturing te geven bij en verslag uit te brengen over een reeks steunmaatregelen. Het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) heeft eveneens richtsnoeren  ontwikkeld en gepubliceerd om bij te dragen aan de implementatie van de nieuwe regels.

In overeenstemming met het wetboek heeft de Commissie in december 2020 ook al volgende  wetgeving  in de vorm van een gedelegeerde verordening en een aanbeveling aangenomen. Hiermee wil de Commissie zorgen voor versterkte concurrentie, harmonisering van de regelgeving, een gelijk speelveld en bescherming van de consumenten, en om eerlijke tarieven en een divers aanbod van internet- en telefoniediensten mogelijk te maken.

Het gaat hierbij om een nieuwe gedelegeerde verordening met een enkel maximumtarief voor gespreksafgifte voor de hele EU dat aanbieders elkaar in rekening mogen brengen voor de afgifte van vaste en mobiele gesprekken tussen hun netwerken. Daarnaast bracht de Commissie een geactualiseerde aanbeveling betreffende relevante markten uit, met een bijgewerkte lijst van zogenoemde welomschreven markten die de Europese nationale regelgevende instanties op gezette tijden moeten herzien.

Vervolg inbreukprocedure

De inbreukprocedure tegen Nederland vanwege de niet tijdige omzetting van richtlijn 2018/1972 is ingeleid via een aanmaningsbrief van de Europese Commissie. Nederland krijgt daarbij twee maanden de tijd om daarop te reageren. Alleen Griekenland, Hongarije en Finland hebben de Commissie op de hoogte gesteld dat de omzetting van de richtlijn tijdig en voor december 2020 is voltooid.

Meer informatie: