T-538/25 f6 Cigarettenfabrik
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 15 september 2025 Schriftelijke opmerkingen: 1 november 2025
Trefwoorden: tabaksproducten, belastingtarief
Onderwerp: Richtlijn 2011/64 betreffende de structuur en tarieven van de accijns op tabaksfabrikanten: artikel 3, lid 1, onder a).
Verzoekende partij exploiteert het product ‘Terea’, cilindrische tabakssticks die bedoeld zijn om in een elektrisch apparaat verhit te worden. Zij heeft de producten belast met accijns voor ‘verhitte tabak’. De belastingdienst stelt dat het gaat om sigaretten, met een andere belastingwaarde. De vraag is of de tabakssticks onder de definitie van ‘sigaretten’ vallen van artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2011/64. Daarnaast is het de vraag (als het wel onder de definitie valt), of het is toegestaan dat deze sigaretten in het nationale recht een ander belastingtarief krijgen.
Prejudiciële vragen: 1) Moet artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2011/64/EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten aldus worden uitgelegd dat daaronder ook cilindrische tabakssticks met een lengte van ongeveer 45 mm en een diameter van ongeveer 7 mm vallen, die volledig zijn omhuld met wit papier, en bestaan uit een ongeveer 11 mm lang rolletje van gereconstitueerde en gehomogeniseerde tabak met in het midden daarvan een ongeveer 11 mm lang metalen staafje, en die zijn bedoeld om in een elektrisch apparaat te worden verhit?
2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: moet artikel 7, lid 2, van richtlijn 2011/64/EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten aldus worden uitgelegd dat deze bepaling in de weg staat aan de toepassing van een nationale regeling die voor tabaksfabricaten die voldoen aan de nationale voorwaarden voor verhitte tabak voorziet in de toepassing van een lager belastingtarief dan het volgens nationaal recht voor sigaretten geldende belastingtarief, hoewel de betrokken tabaksfabricaten tevens voldoen aan de in artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2011/64 bedoelde voorwaarden voor sigaretten?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-197/04 Commissie/Duitsland; C-638/15 Eko-Tabak; C-674/19 Skonis ir kvapas; C-336/22 f6 Cigarettenfabrik; C-428/13 Yesmoke Tobacco.
Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal; VWS