T-771/25 OBB Personenverkehr    

Contentverzamelaar

T-771/25 OBB Personenverkehr    

Prejudiciële hofzaak  

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     23 december 2025
Schriftelijke opmerkingen:                     9 februari 2026

Trefwoorden: rechten treinreizigers, begrip vertraging

Onderwerp: Verordening 2021/782 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers: overwegingen 2 tot en met 5, 14, 33 en 35, artikelen 3, 9, 17, 18, 19 en 31; 

Verzoekster LV heeft een treinticket gekocht voor een reis van Oostenrijk naar Duitsland. Na de boeking werd zij op de hoogte gebracht van meerdere wijzigingen in de dienstregeling, waardoor de vertrektijd van haar trein vervroegd werd. Ter discussie staat of de reiziger recht heeft op een schadevergoeding wanneer zij door meerdere vervroegingen een langere reisduur heeft gehad, maar wel op de geplande tijd is aangekomen op de eindbestemming. De Oostenrijkse rechter twijfelt of dit onder de definitie van ‘vertraging’ valt in de zin van verordening 2021/782.

Prejudiciële vragen: 
1. Moet de definitie van „vertraging” in artikel 3, punt 17, van verordening (EU) 2021/782 aldus worden uitgelegd dat dit begrip ook verlengingen van de reistijd omvat die het gevolg zijn van het feit dat de spoorwegonderneming die de dienst verricht, de vertrektijd van de trein ten opzichte van de bij de aankoop van het vervoerbewijs oorspronkelijk geplande vertrektijd vervroegt, indien de aankomsttijd op het station van de eindbestemming ongewijzigd blijft? 

1.a) Indien de eerste vraag aldus wordt beantwoord dat het begrip „vertraging” ook de verlenging van de reistijd door een vervroeging van de vertrektijd omvat: moet artikel 3, punt 17, junctis artikel 17 en artikel 19, lid 1, van verordening (EU) 2021/782 aldus worden uitgelegd dat reizigers recht hebben op een vergoeding op grond van artikel 19, lid 1, van die verordening, wanneer de vertrektijd van de trein met meer dan 60 minuten wordt vervroegd [artikel 19, lid 1, onder a)] of met meer dan 120 minuten [artikel 19, lid 1, onder b)]? 

1.b) Indien de eerste vraag aldus wordt beantwoord dat het begrip „vertraging” ook de verlenging van de reistijd door een vervroeging van de vertrektijd omvat: moet artikel 18, lid 1, van verordening (EU) 2021/782 aldus worden uitgelegd dat een verlenging van de reistijd met meer dan 60 minuten of meer die het gevolg is van het feit dat de spoorwegonderneming die de dienst verricht, de vertrektijd van een trein ten opzichte van de bij de aankoop van het vervoerbewijs oorspronkelijk geplande vertrektijd vervroegt, moet worden aangemerkt als annulering? 

1.c) Indien de eerste vraag aldus wordt beantwoord dat het begrip „vertraging” ook de verlenging van de reistijd door een vervroeging van de vertrektijd omvat: moet bij de beoordeling of er bij een verdere (nieuwe) wijziging van de vertrektijd door de spoorwegonderneming binnen een periode van minder dan vijftien minuten vóór de (reeds vervroegde) vertrektijd sprake is van een vertraging in de zin van artikel 3, punt 17, van verordening (EU) 2021/782, worden uitgegaan van de oorspronkelijke (vervroegde) vertrektijd dan wel van de werkelijke vertrektijd van de trein? 

2. Moet artikel 3, punten 17 en 18, van verordening (EU) 2021/782 aldus worden uitgelegd dat het feit dat een spoorwegonderneming het tijdstip van aankomst van de trein als bedoeld in artikel 3, punt 18, van die verordening, dus het moment dat de deuren van de trein kunnen worden geopend op het perron van bestemming (openen van de deuren) en uitstappen toegelaten is, bij gebreke van een technische registratie van dat tijdstip niet precies kan aantonen, in geval van twijfel bij de beoordeling van het bestaan van een vertraging voor rekening van de spoorwegonderneming komt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-83/10; C-146/20, C-188/20, C-196/20 Azurair and others; C-509/11 ÖBB-Personenverkehr; C-54/23 Laudamotion and Ryanair.

Specifiek beleidsterrein: IenW

Gerelateerde documenten