T-845/25 Ryanair DAC
Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 3 februari 2026 Schriftelijke opmerkingen: 20 maart 2026
Trefwoorden: luchtvaart, passagiersrechten, compensatie instapweigering
Onderwerp: Verordening 261/2004 (Passagiersrechtenverordening): artikel 2, onder j) en artikel 4.
Verzoekers vorderen van verwerende partij Ryanair compensatie op grond van verordening 261/2004. Zij hadden vliegtickets gekocht voor een vlucht naar Sevilla, maar het vervoer met de oorspronkelijk geboekte tickets werd geweigerd. Verzoekers moesten hierdoor nieuwe tickets kopen, en mochten toen wel mee. Ter discussie staat of verzoekers (naast de terugbetaling die zij hebben ontvangen) ook recht hebben op compensatie. De vraag is of er sprake is van een ‘instapweigering’ in de zin van artikel 4 van de verordening, aangezien verzoekers wel op de geplande vlucht zijn vervoerd.
Prejudiciële vraag: Moeten artikel 4 en artikel 2, onder j), van verordening (EG) nr. 261/2004 aldus worden uitgelegd dat ook dan sprake is van een instapweigering die grond voor compensatie oplevert, wanneer de passagier de toegang tot de vlucht wordt geweigerd op basis van het ticket dat hij voor de vlucht heeft gekocht en waarmee hij beschikt over een bevestigde boeking overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de verordening, maar hij op de vlucht wordt vervoerd op basis van een ticket dat hij na de instapweigering nieuw heeft gekocht?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -
Specifiek beleidsterrein: IenW