T-852/25 Flightright  

Contentverzamelaar

T-852/25 Flightright  

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     3 februari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     20 maart 2026

Trefwoorden: rechten luchtvaartpassagiers, buitengewone omstandigheid

Onderwerp: Verordening 261/2004 (Passagiersrechtenverordening): artikel 5, lid 3. 

Verzoekster Flightright vordert compensatie van verweerster Ryanair, op grond van artikel 7, lid 1, van verordening 261/2004. Verweerster verzet zich hiertegen onder verwijzing naar een ‘buitengewone omstandigheid’ in de zin van artikel 5, lid 3 van de verordening. Het is de vraag of een wijziging in de toewijzing van slots door de luchtverkeersleiding, om andere redenen dan een vertraging in de startgereedheid van de luchtvaartmaatschappij, nog een buitengewone omstandigheid vormt. 

Prejudiciële vragen: 
1. Is er steeds sprake van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 wanneer de annulering van de vlucht of de met een annulering gelijk te stellen vertraging te wijten is aan een wijziging in de toewijzing van slots door de verantwoordelijke luchtverkeersleidingsorganisatie? 

2. Voor het geval de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, volstaat het dan voor het aannemen van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 dat de wijziging in de toewijzing van slots te wijten is aan een vermindering van de vluchtcapaciteit door de bevoegde luchtverkeersleidingsorganisatie, waarvoor deze de IATA Delay Code 81 [„81 (AT) Air Traffic Flow Management (ATFM), due to ATC EN-ROUTE DEMAND/CAPACITY, Standard demand/capacity problems”] of de IATA Delay Code 84 [„84 (AW): ATC restriction due to weather at destination”) heeft opgegeven? 

3. Voor het geval ook de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord: volstaat het dan voor het aannemen van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 dat de wijziging in de toewijzing van slots te wijten is aan een vermindering van de vluchtcapaciteit door de bevoegde luchtverkeersleidingsorganisatie, waarvoor deze de IATA Delay Code 81 [„81 (AT) Air Traffic Flow Management (ATFM), due to ATC EN-ROUTE DEMAND/CAPACITY, Standard demand/capacity problems”] of de IATA Delay Code 84 [„84 (AW): ATC restriction due to weather at destination”) heeft opgegeven met de aanvullende specificatie dat het gaat om capaciteitsknelpunten die met de weersomstandigheden samenhangen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: IenW

Gerelateerde documenten