T-878/25 Air Europa Lineas-Aereas 

Contentverzamelaar

T-878/25 Air Europa Lineas-Aereas 

Prejudiciële hofzaak

Dit fiche is slechts een samenvatting. De verwijzingsbeschikking is bepalend

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     11 februari 2026
Schriftelijke opmerkingen:                     28 maart 2026

Trefwoorden: compensatie luchtpassagiers, passagiersrechtenverordening

Onderwerp: Verordening 261/2004 (passagiersrechtenverordening): artikel 2, onder h) en artikel 3, lid 2, onder a).

Verzoekende partijen zijn passagiers die bij verwerende luchtvaartmaatschappij vluchten hebben geboekt van Frankfurt naar La Paz, via Santa Cruz. De passagiers hadden vertraging bij de tweede vlucht (van Santa Cruz naar La Paz), en vorderen nu compensatie. Het is de vraag of de tweede vlucht als een ‘rechtstreeks’ op de eerste vlucht (Frankfurt naar Santa Cruz) aansluitende vlucht kan worden beschouwd omdat de tussenlanding 61 uur betrof, en Santa Cruz daarmee als ‘eindbestemming’ in de zin van artikel 2, onder h), van verordening 261/2004 kan worden beschouwd. De tweede vlucht naar La Paz zou in dat geval buiten de werkingssfeer van de verordening vallen.

Prejudiciële vragen: 
1. Is er ook sprake van een „rechtstreeks aansluitende vlucht” in de zin van artikel 2, onder h), van verordening (EG) nr. 261/2004 wanneer in het geval van vluchten die bij één enkele boeking zijn aangekocht en waarbij is voorzien in een overstap op een buiten het grondgebied van de Europese Unie gelegen luchthaven, een langdurig oponthoud op de plaats van tussenlanding is ingepland en de geboekte vervolgvlucht niet de eerstvolgende haalbare vlucht is? 

2. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: moet artikel 3, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 261/2004 aldus worden uitgelegd dat de verordening ook van toepassing is op het luchtvervoer van passagiers met een vlucht die niet op een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat begint, maar onderdeel vormt van een en dezelfde boeking die ook een vlucht vanaf een op het grondgebied van een lidstaat gelegen luchthaven omvat, hoewel het niet om een rechtstreeks aansluitende vlucht gaat?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-537/17 t.a.p.; C-502/18 CS e.a./České aerolinie a.s.; C-11/11 Folkerts.

Specifiek beleidsterrein: IenW

Gerelateerde documenten