Van Rompuy: ‘European way of life’ in gevaar.

Contentverzamelaar

Terug Van Rompuy: ‘European way of life’ in gevaar.

In zijn speech voor de Europalezing 2010 in Den Haag heeft Herman van Rompuy, de vaste voorzitter van de Europese Raad, de nadruk gelegd op de externe betrekkingen van de EU en de economie. Dit zijn volgens hem belangrijke thema’s voor de komende 20 jaar. Hij reageerde in zijn speech op het rapport van de Spaanse oud-premier Gonzáles over de toekomst van de Europese Unie.

In de Grote Kerk in Den Haag zei van Rompuy dat de huidige globalisering in alles doordringt. Hij waarschuwde dat economische macht zich tegenwoordig vertaalt naar politieke macht. De opkomende economieën in de wereld hebben steeds meer invloed. Als voorbeelden noemde hij de overgang van G7 naar G20, de mislukte klimaattop in Kopenhagen en het diplomatiek overleg tussen Turkije en Brazilië met Iran over nucleair beleid.

Hij deed daarom een beroep op betere samenwerking tussen de EU-lidstaten op extern gebied. Hij is van plan de komende tijd meer aandacht aan dit onderwerp te besteden in de Europese Raad.

Wat betreft de economie vindt hij dat de huidige economische groei op termijn te weinig is om onze sociale markteconomie veilig te stellen. Volgens hem schiet de EU te kort in zijn reactie op de economische crisis, omdat de EU niet de juridische instrumenten had om een schuldencrisis aan te pakken. Maar het Stabilisatiepact is niet streng genoeg toegepast, en is in 2005 nog verzwakt. Dat was volgens van Rompuy een ernstige fout. Ook had Griekenland pas heel laat daadwerkelijk om financiële steun gevraagd. Bovendien wordt in Duitsland streng vastgehouden aan de grondregels van de euro, met name door het constitutionele hof in Karlsruhe.

Daarom moet er volgens van Rompuy een versterking van het Stabiliteits- en Groeipact komen. De sancties tegen overtreding moeten zwaarder worden en er moet ook al eerder kunnen worden opgetreden, bijvoorbeeld als een land de staatsschuld te langzaam naar beneden brengt.

Hij pleitte bovendien voor een strenger toezicht op de competitiviteit van lidstaten. Als landen vanwege hun loonontwikkeling en productiviteitsgroei achterblijven, dan moeten er ook sanctie kunnen worden opgelegd à la het Stabiliteitspact.