Op deze pagina:
EU-lidstaten moeten nationale ontwerpmaatregelen waarin technische eisen aan goederen of voorschriften voor ‘diensten van de informatiemaatschappij’ zijn opgenomen aan de Europese Commissie melden. Deze notificatieverplichting vloeit voort uit Richtlijn 2015/1535 betreffende de informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (TRIS). Maatregelen die onder deze richtlijn vallen kunnen belemmeringen vormen voor het vrij verkeer van goederen of diensten van de informatiemaatschappij. Het doel van de notificatie is dat de Commissie en andere EU-lidstaten de ontwerpmaatregelen kunnen inzien en beoordelen voordat deze in werking treden. Waar nodig kunnen zij opmerkingen of een formeel bezwaar indienen als de maatregelen naar hun mening het handelsverkeer te sterk belemmeren.
Naar boven
Ambtenaren kunnen met de notificatieprocedure te maken krijgen als zij zelf wet- of regelgeving opstellen of als andere lidstaten dat op hun beleidsterrein doen. Notificatie kan het startpunt zijn voor dialoog tussen lidstaten of tussen de Commissie en een lidstaat. Als een nationale ontwerpmaatregel bepalingen bevat die voldoen aan de eisen die de richtlijn stelt (artikel 4 e.v.), dan moet deze door de lidstaat die de maatregel wil nemen genotificeerd worden bij de Commissie. Zodra de Commissie de notificatie heeft ontvangen gaat er een standstill-termijn van drie maanden lopen, waarin de Commissie en andere EU-lidstaten op de ontwerpmaatregel kunnen reageren. Tijdens de standstill-termijn mag de ontwerpmaatregel niet in werking treden. Lidstaten en de Commissie kunnen op de volgende manieren reageren op een genotificeerde maatregel:
Het departement dat de ontwerpmaatregel opstelt die onder de richtlijn valt is zelf verantwoordelijk voor notificatie. Dat departement moet ook zelf op tijd de juiste stukken aanleveren aan de Centrale Dienst voor In- en uitvoer (CDIU) van de Douane, die de uiteindelijke notificatie via het TRIS-systeem indient bij de Commissie. De in 2025 vastgestelde ICER-N-handleiding voor notificatie onder richtlijn 2015/1535 bevat uitleg over – en aandachtspunten voor – de notificatieprocedure.
Wanneer een andere EU-lidstaat een ontwerpmaatregel notificeert, dan kan Nederland hierop reageren, ofwel met opmerkingen of een formeel bezwaar. Soms ontvangen ministeries een verzoek vanuit het bedrijfsleven of via een ander ministerie om een reactie op een door een andere lidstaat genotificeerde ontwerpmaatregel in te dienen vanuit Nederland.
Voordat een beslissing wordt genomen om wel of niet een reactie in te dienen, dient een nadere belangenafweging te worden gemaakt. Ieder departement is zelf verantwoordelijk voor reacties op notificaties op hun eigen beleidsterreinen, maar vaak raakt een ontwerpmaatregel ook meerdere terreinen. Afstemming is in dergelijke gevallen een gegeven.
Om houvast te geven bij het beoordelen van dergelijke verzoeken is door het ministerie van Economische Zaken het ‘Afwegingskader voor reageren op TRIS-notificaties’ (2025) opgesteld. Hierin worden de belangrijkste overwegingen genoemd ten behoeve van het maken van die keuze. Ook wordt aangegeven welke reactie passend kan zijn en tot op welk niveau keuzes afgestemd moet worden.
De Directie Mededinging en Consumenten (MC) van het Ministerie van Economische Zaken is beleidsverantwoordelijk voor de Europese interne markt en kan worden benaderd met vragen over TRIS-notificaties. Neem contact op via het secretariaat (secretariaatMC@minezk.nl).