Tekeningen en modellen

Op deze pagina:

Inleiding

Ondernemingen die in meerdere lidstaten actief zijn kunnen door de verschillen tussen de nationale wetgevingen inzake modellen worden belemmerd. In elke lidstaat moet bijvoorbeeld bij de bevoegde diensten om bescherming van een model worden verzocht. Daarnaast gelden in elke lidstaat andere procedures en wetsbepalingen. Ook zijn de uitsluitende rechten die worden verkregen nationaal begrensd en zijn de administratieve kosten voor het verkrijgen van dergelijke rechten aanzienlijk.

Dergelijke belemmeringen dragen niet bij aan de totstandkoming van een interne markt. De EU heeft daarom op het gebied van het modellenrecht wetgeving vastgesteld. Enerzijds kunnen ondernemingen een aanvraag doen voor een Gemeenschapsmodel, die in de hele EU wordt erkend (verordening 6/2002) . Anderzijds zijn de nationale bepalingen inzake het modellenrecht geharmoniseerd (richtlijn 98/71).

Naar boven

Gemeenschapsmodel

Aanvraag

Een aanvraag voor een Gemeenschapsmodel kan worden ingediend bij het Bureau voor intellectueel eigendom van de Europese Unie (EUIPO), bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van een lidstaat of voor de Beneluxlanden bij het Benelux-bureau voor tekeningen en modellen (artikel 35, verordening 6/2002). De aanvraag moet een verzoek tot inschrijving bevatten en dient tevens gegevens te bevatten op grond waarvan de aanvrager kan worden geïdentificeerd. Daarnaast moet een voor reproductie geschikte afbeelding van het model of de tekening worden bijgevoegd (artikel 36, lid 1, verordening 6/2002).

Naar boven

Voorwaarden voor bescherming

​​​​​​​Op grond van verordening 6/2002 wordt slechts bescherming verleend aan modellen. Een model is een verschijningsvorm van een voortbrengsel of deel daarvan, die wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen van het voortbrengsel en/of de versiering ervan. Een voortbrengsel is een op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp (artikel 3, onder a en b, verordening 6/2002).

Modellen worden alleen beschermd voorzover zij nieuw zijn en een eigen karakter hebben. Een model wordt als nieuw beschouwd indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld. Daarnaast wordt een model geacht een eigen karakter te hebben indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt verschilt van de algemene druk die de gebruiker heeft bij modellen die al publiekelijk beschikbaar zijn gesteld.

Naar boven

Duur van de bescherming

Verordening 6/2002 maakt een onderscheid tussen niet-ingeschreven Gemeenschapsmodellen en ingeschreven Gemeenschapsmodellen. Een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel voldoet aan de voorwaarden voor bescherming overeenkomstig verordening 6/2002, maar staat niet ingeschreven. De bescherming van een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel geldt gedurende drie jaar na het moment dat het model publiekelijk beschikbaar is gesteld. Daarmee wordt bedoeld dat het product te koop is aangeboden.

Een ingeschreven Gemeenschapsmodel voldoet aan de voorwaarden van verordening 6/2002 en staat eveneens ingeschreven. Het model wordt met ingang van de datum van aanvraag voor de periode van vijf jaar beschermd. De houder van een Gemeenschapsmodel kan de bescherming telkens met vijf jaar verlengen. Na 25 jaar kan de bescherming niet meer worden verlengd.

Naar boven

Harmonisatie van nationaal modellenrecht

Naast de mogelijkheid om een aanvraag voor een Gemeenschapsmodel in te dienen kan ook worden gekozen voor de nationale bescherming van een model. Richtlijn 98/71 voorziet in de aanpassing van het modellenrecht van de lidstaten. Deze richtlijn geeft voorschriften over welke rechten en verplichtingen aan een beschermd model zijn verbonden, maar heeft ook betrekking op procedurele voorschriften.

Naar boven