Europol

Europol

Op deze pagina:

Inleiding

Artikel 88, lid 1, EU-Werkingsverdrag omschrijft de doelstellingen van Europol. Ten eerste heeft Europol ten doel om de politie-instanties en andere wetshandhavingsdiensten van de lidstaten te ondersteunen bij hun gezamenlijk optreden. Daarnaast ondersteunt en versterkt Europol de wederzijdse samenwerking op het gebied van de voorkoming en bestrijding van zware criminaliteit waardoor twee of meer lidstaten worden getroffen. Tevens ondersteunt en versterkt Europol de samenwerking tussen de lidstaten bij de voorkoming en bestrijding van terrorisme en andere vormen van criminaliteit die een schending inhouden van een gemeenschappelijk belang dat tot het EU-beleid behoort.

Artikel 88, lid 2, eerste alinea, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de EU bij verordeningen de structuur, de werking, het werkterrein en de taken van Europol kan vaststellen. Verordening 2016/794 regelt de structuur, de werking, het werkterrein en de taken van Europol.

Naar boven

Bevoegdheden en taken van Europol

Bevoegdheden

De bevoegdheid van Europol strekt zich onder meer uit tot het versterken van de wederzijdse samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de voorkoming en bestrijding van zware criminaliteit. In bijlage I bij Verordening 2016/794 zijn de strafbare feiten opgenomen die als zware criminaliteit in de zin van de verordening kwalificeren. Het gaat onder meer om migranten- en mensensmokkel. Naast deze vormen van zware criminaliteit benadrukt de verordening expliciet de bijdrage van Europol bij het versterken van de wederzijdse samenwerking op het gebied van terrorisme. Tenslotte is Europol bevoegd om de wederzijdse samenwerking tussen de lidstaten te versterken ten aanzien van vormen van criminaliteit die een schending inhouden van een gemeenschappelijk belang van de EU (artikel 3, lid 1, Verordening 2016/794).

Europol is eveneens bevoegd ten aanzien van strafbare feiten die verwant zijn aan de vormen van criminaliteit die hierboven werden genoemd. Het gaat daarbij onder meer om strafbare feiten die het gemakkelijker maken om vormen van criminaliteit, die onder de bevoegdheid van Europol vallen, te kunnen plegen. Ook kan worden gedacht aan strafbare feiten die daders in staat stellen hun bestraffing, voor vormen van zware criminaliteit waarvoor Europol bevoegd is, te ontlopen (artikel 3, lid 2, Verordening 2016/794).

Naar boven

Taken

Artikel 4 van Verordening 2016/794 geeft een overzicht van de taken van Europol. Europol heeft onder meer tot taak om deel te nemen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams. In bepaalde omstandigheden kan Europol een voorstel indienen tot de oprichting van een gemeenschappelijk onderzoeksteam (artikel 5, lid 5, Verordening 2016/794). Naast de gemeenschappelijke onderzoeksteams heeft de EU ook als taak om gespecialiseerde kenniscentra voor de bestrijding van bepaalde soorten van criminaliteit te ontwikkelen. Een voorbeeld daarvan vormt het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit.

In specifieke gevallen, waarin Europol van oordeel is dat een strafrechtelijk onderzoek moet worden ingesteld naar feiten die binnen zijn bevoegdheden vallen, kan Europol de betrokken lidstaat of lidstaten verzoeken om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen (artikel 6, lid 1, Verordening 2016/794).

Naar boven

Organisatiestructuur van Europol

Operationele zaken

Nationale eenheden

Elke EU-lidstaat heeft een nationale eenheid opgericht die verantwoordelijk is voor het contact tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. In Nederland is deze nationale eenheid ondergebracht bij de Dienst Landelijke Informatieorganisatie (dit volgt uit artikel 7, onder b en c, Besluit beheer politie). In beginsel verloopt al het contact tussen de nationale autoriteiten en Europol via deze nationale eenheden. Artikel 7, lid 5, tweede alinea, Verordening 2016/794 maakt het echter mogelijk dat Europol en de nationale autoriteiten ook rechtstreeks contact met elkaar kunnen zoeken. Voorwaarde hiervoor is wel dat de nationale eenheid vanaf het begin bij de contacten wordt betrokken en zo nodig van alle gedeelde informatie wordt voorzien.

Naar boven

Verbindingsofficieren

Elke nationale eenheid heeft een verbindingsofficier - ook wel liaisson officier - bij Europol. Deze verbindingsofficier is werkzaam op het hoofdkantoor van Europol en behartigt de belangen van de nationale eenheid bij Europol. Een verbindingsofficier verleent onder meer bijstand bij de uitwisseling van informatie tussen Europol en de lidstaat die hij of zij vertegenwoordigt. Ook verlenen de verbindingsofficieren hun medewerking aan de uitwisseling van informatie tussen hun lidstaat en de verbindingsofficieren van andere lidstaten, derde landen en internationale organisaties (artikel 8, Verordening 2016/794).

Het is eveneens mogelijk dat de verbindingsofficieren de infrastructuur van Europol gebruiken voor de uitwisseling van informatie over strafbare feiten die buiten de bevoegdheden van Europol vallen (artikel 8, lid 4, tweede alinea, Verordening 2016/794).

Naar boven

Administratieve en bestuurlijke zaken

De Raad van bestuur van Europol wordt gevormd door één afgevaardigde per EU-lidstaat en een vertegenwoordiger van de Europese Commissie (artikel 10, lid 1, Verordening 2016/794). De Raad van bestuur stelt onder meer de meerjarenprogrammering en het werkprogramma voor een afzonderlijk jaar vast. Daarnaast is de Raad van bestuur onder meer verantwoordelijk voor de jaarlijkse begroting en het jaarlijkse verslag over de activiteiten van Europol.

De dagelijkse leiding van Europol ligt in handen van de administratief directeur (artikel 16, lid 1, Verordening 2016/794). De administratief directeur legt verantwoording af aan de Raad van bestuur en is verantwoordelijk voor het opstellen van voorstellen die aan de Raad van bestuur worden voorgelegd.

Naar boven

Democratische controle

Artikel 88, lid 2, tweede alinea, EU-Werkingsverdrag bepaalt dat de controle op de werkzaamheden van Europol wordt verricht door het Europees Parlement en de nationale parlementen. Dit artikel bepaalt dat de wijze van controle op grond van een verordening wordt geregeld. Artikel 51 van Verordening 2016/794 bepaalt dat deze controle wordt verricht door een Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep (GPC). De GPC moet bij haar controle met name aandacht hebben voor het effect van de Europol-activiteiten op de grondrechten en de fundamentele vrijheden van burgers.

Naar boven

Nationale voorbehouden

Artikel 88, lid 3, eerste volzin, EU-Werkingsverdrag voorkomt dat Europol operationele acties kan uitvoeren op het grondgebied van de EU-lidstaten, zonder overleg en overeenstemming met deze betrokken lidstaat of lidstaten. Artikel 88, lid 3, tweede volzin, EU-Werkingsverdrag bepaalt daarnaast dat Europol niet kan beslissen over het gebruik van dwangmiddelen. Alleen de lidstaten mogen besluiten tot de toepassing van dwangmiddelen. Dit uitangspunt wordt nogmaals benadrukt door artikel 4, lid 5, Verordening 2016/794.

Naar boven