Hogere voorziening
Hogere voorziening (artikel 256 EU-Werkingsverdrag)
Tegen beslissingen van het Gerecht kan ingevolge artikel
256 EU-Werkingsverdrag een tot rechtsvragen beperkte hogere
voorziening worden ingesteld bij het EU-Hof. Deze moet gebaseerd zijn
op middelen, ontleend aan onbevoegdheid van het Gerecht,
onregelmatigheden in de procedure voor het Gerecht waardoor aan de
belangen van de verzoekende partij afbreuk is gedaan, dan wel
schending van het recht van de Unie door het Gerecht. De hogere
voorziening lijkt op de Nederlandse cassatieprocedure. Op een paar
uitzonderingen na heeft de hogere voorziening geen schorsende werking.
Het EU-Hof kan de beslissing van het Gerecht in stand houden of
(deels) vernietigen. Als het EU-Hof de beslissing vernietigt, kan het
de zaak terugverwijzen naar het Gerecht of de zaak zelf afdoen als het
zichzelf ‘in staat van wijzen’ acht.
Snelkoppeling
naar jurisprudentie over artikel 256 EU-Werkingsverdrag via de website
van het Hof van Justitie van de EU (Curia).