Op 15 juni 2021 heeft het Hongaarse parlement een wet aangenomen waarbij maatregelen worden genomen om strenger op te treden tegen pedofielen en bepaalde wetten worden gewijzigd om minderjarigen te beschermen (inzake mediadiensten, reclame, elektronische handel en onderwijs). De wijzigingen voorzien in een aantal verboden en beperkingen waar het gaat om het promoten of afbeelden van het hebben van een genderidentiteit of -expressie die niet overeenkomt met het biologische geslacht, de verandering van geslacht of homoseksualiteit. Volgens de Europese Commissie schendt Hongarije met deze regelgeving een aantal EU-richtlijnen en verordeningen (richtlijn audiovisuele mediadiensten, richtlijn inzake elektronische handel, richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, de algemene verordening gegevensbescherming), verdragsartikelen (het vrij verkeer van diensten), maar ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, alsmede artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
In 2018 heeft de Stichting Tabakspreventie voor de Jeugd (Nederland) de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verzocht ervoor te zorgen dat filtersigaretten in Nederland voldoen aan de maximale emissieniveaus voor teer, nicotine en koolmonoxide. Deze grenswaarden zijn vastgelegd in een EU-richtlijn. Aangezien de NVWA dit verzoek had afgewezen, werd de zaak aanhangig gemaakt bij de Nederlandse rechter. In 2020 heeft de rechtbank in Rotterdam prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over bepaalde bepalingen van de EU-richtlijn. Het Hof heeft hierop geantwoord in een arrest van 22 februari 2022. Naar aanleiding van dit arrest oordeelde de rechtbank van Rotterdam dat de ISO-normen waarnaar het Nederlandse recht verwijst, niet tegen de Stichting kunnen worden ingeroepen en dat de in deze normen beschreven methode voor het meten van de emissieniveaus niet in overeenstemming is met de EU-richtlijn. Tegen dit vonnis van de rechtbank van Rotterdam is beroep ingesteld, waarbij nieuwe prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie zijn voorgelegd.
Op 12 juni 2020 heeft Duitsland bij de Europese Commissie een individuele steunmaatregel aangemeld in de vorm van een herkapitalisatie ten bedrage van 6 miljard euro ten gunste van Deutsche Lufthansa. Deze herkapitalisatie, die deel uitmaakte van een bredere reeks steunmaatregelen ten gunste van de Lufthansa-groep, had tot doel de balanspositie en de liquiditeit van de ondernemingen van die groep te herstellen na de uitzonderlijke situatie als gevolg van de Covid-19-pandemie. De herkapitalisatie bestond uit drie afzonderlijke elementen, namelijk een kapitaaldeelname van ongeveer 300 miljoen euro, een stil aandeel dat niet in aandelen kan worden omgezet van ongeveer 4,7 miljard euro en een stil aandeel van 1 miljard euro met de kenmerken van een converteerbare obligatie. Zonder de formele onderzoeksprocedure in te leiden, heeft de Commissie de herkapitalisatie aangemerkt als staatssteun die verenigbaar is met de interne markt. Daartoe baseerde zij zich op de bepaling van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake steunmaatregelen om een ernstige verstoring van de economie te verhelpen en op haar mededeling betreffende de tijdelijke kaderregeling voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie in de huidige context van de Covid-19-pandemie. De luchtvaartmaatschappijen Ryanair en Condor hebben twee beroepen ingesteld tot nietigverklaring van dit besluit. Bij arrest van 10 mei 2023 heeft het Gerecht deze beroepen toegewezen en het besluit van de Commissie nietig verklaard. Lufthansa heeft vervolgens bij het Hof van Justitie beroep ingesteld tegen dit arrest van het Gerecht.