Nieuwsbrief griffie HvJ

Nieuwsbrief EU-Hof

De Nederlandse griffie van het EU-Hof publiceert vrijwel wekelijks een nieuwsbrief met daarin een aankondiging van arresten en conclusies. Onderstaand treft u de meeste recente nieuwsbrief aan.


​​​​​​​Nieuwsbrief voor de week van

​​​​

Dinsdag 4 februari 2020

Hoorzitting in zaak C-265/19 Recorded Artists Actors Performers (EN)

(intellectuele eigendom)

Het Ierse High Court stelt het Hof vragen over de inning en verdeling van de licentievergoedingen die moeten worden betaald voor het ten gehore brengen van opgenomen muziek in het openbaar of het uitzenden van opgenomen muziek. Volgens  nationale wetgeving moet de eigenaar van een bar, een nachtclub of een andere openbare gelegenheid die opgenomen muziek ten gehore wil brengen daarvoor een licentievergoeding betalen. De kernvraag is of bepaalde uitvoerende kunstenaars mogen worden uitgesloten van een aandeel in deze billijke vergoeding wanneer de producent van de betrokken geluidsopname wel wordt betaald.


Woensdag 5 februari 2020

Arrest in zaak C-341/18 Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (NL)

(Haven Rotterdam - zeelieden)

In deze zaak gaat het om derdelanders die naar Nederland zijn gereisd via Schiphol en dan naar de zeehaven van Rotterdam, waar zij zijn aangemonsterd op een daar afgemeerd zeeschip. Een deel van de derdelanders heeft vervolgens de gehele arbeidsperiode aan boord van dat zeeschip doorgebracht zonder dat dit schip de Rotterdamse haven heeft verlaten. De zeeschepen zijn gespecialiseerde, zelfstandig varende schepen waarmee, onder meer, olieplatformen en pijpleidingen op zee worden aangelegd. Het is volgens de derdelanders vaste praktijk dat zij een uitreisstempel ontvangen op het moment van aanmonstering op het zeeschip (hetgeen hun toegestane verblijf in de Schengenzone verlengt), ook al vaart het schip niet uit. De Nederlandse autoriteiten weigeren echter thans in dergelijke gevallen uitreisstempels aan te brengen als het schip niet daadwerkelijk uitvaart.


Donderdag 6 februari 2020

Conclusie in zaak C-581/18 RÜV Rheinland LGA Products en Allianz IARD (DE)

(Verzekeringspolis – beperking dekking tot bepaalde lidstaat)

Een Duitse rechter stelt het Hof vragen over de geldigheid van een clausule waarmee een verzekeringsmaatschappij de dekking beperkt tot schadegevallen die zich voordoen binnen een bepaalde lidstaat van de Europese Unie. Kan dit worden gerechtvaardigd met het argument dat de hoogte van de premie moet worden begrensd, terwijl de dekking sowieso beperkt is voor een reeks schadegevallen per verzekeringsjaar?


Donderdag 6 februari 2020

Hoorzitting in zaak C-806/18 JZ (NL)

(inreisverbod - straf)

De Hoge Raad vraagt of een gevangenisstraf mag worden opgelegd aan een vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd, maar die toch in Nederland is gebleven. Is een straf verenigbaar met het arrest Ouhrami (C-225/16) waarin het Hof van Justitie heeft bepaald dat het inreisverbod pas rechtsgevolgen heeft wanneer de vreemdeling het grondgebied daadwerkelijk heeft verlaten?