Een nationale wettelijke regeling die een strafrechter de verplichting oplegt om zich volgens zijn innerlijke overtuiging over de tenlastelegging uit te spreken, zonder dat hij gebonden is aan de door de openbaar aanklager ter terechtzitting naar voren gebrachte bevindingen aangaande de schuld van de beklaagde, is niet in strijd met de EU-rechtelijke vereisten van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van rechters. Dat is het antwoord van het EU-Hof op een prejudiciële vraag van een Bulgaarse rechter.
Nieuwsbericht | 04-08-2025
Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2014/23/EU betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten moet zo worden uitgelegd dat de exploitatie van een apotheek, welke activiteit hoofdzakelijk bestaat in de levering (tegen vergoeding) van al dan niet recept plichtige geneesmiddelen voor menselijk gebruik en in het adviseren van gebruikers over het juiste en veilige gebruik van die geneesmiddelen, niet onder het begrip „niet-economische diensten van algemeen belang” in de zin van deze bepaling valt. Artikel 19 van richtlijn 2014/23 moet zo worden uitgelegd dat dergelijke exploitatie van een apotheek onder het in dit artikel 19 genoemde begrip „sociale diensten en andere specifieke diensten” (SAS-diensten) valt. Dat is de uitspraak van het EU-Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Sloveense rechter.
Nieuwsbericht | 31-07-2025
Artikel 106, lid 2, EU-Werkingsverdrag moet zo worden uitgelegd dat een rechtspersoon die het exclusieve recht heeft om overeenkomstig de Afvalstoffenrichtlijn 2008/98/EG (zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/851) een activiteit uit te oefenen die bestaat in het (voor een bepaalde categorie producten en op het gehele grondgebied van een lidstaat) nakomen van uitgebreide producentenverantwoordelijkheids verplichtingen namens de betrokken producenten, en die verplicht is die activiteit zonder winstoogmerk uit te oefenen, moet worden beschouwd als een onderneming die is belast met het beheer van een dienst van algemeen economisch belang in de zin van dat artikel 106, lid 2. Die rechtspersoon moet dan wel daadwerkelijk zijn belast met de uitvoering van openbaredienstverplichtingen en de aard, de duur en de reikwijdte van die verplichtingen moeten duidelijk zijn omschreven in het nationale recht. Dat is de uitspraak van het EU-Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Sloveense rechter.
Een kerk of een andere religieuze organisatie mag haar werknemers slechts verschillend behandelen op grond van godsdienst indien het betrokken geloof, gezien de grondslag van die kerk of organisatie, een wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd beroepsvereiste vormt. Een beroepsvereiste dat de werknemers lid moeten blijven van een kerk, kan niet als wezenlijk worden beschouwd wanneer een religieuze organisatie die als werkgever optreedt de uitoefening van een beroepsactiviteit niet voorbehoudt aan leden van die kerk, en evenmin wanneer die organisatie personen met een andere godsdienst in dienst heeft om die activiteit te verrichten. Dat is het advies van advocaat-generaal Medina aan het EU-Hof naar aanleiding van prejudiciële vragen van een Duitse rechter.
Integratiehulp in de vorm van begeleiding op school voor een gehandicapt kind vormt een sociaal voordeel in de zin van de EU-verordening betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de EU. Die verordening verzet zich tegen een nationale regeling die voor de toekenning van dergelijke integratiehulp als voorwaarde stelt dat het kind op het nationale grondgebied woont. Dat is het antwoord van het EU-Hof op prejudiciële vragen van een Duitse rechter.
Nieuwsbericht | 30-07-2025
De aanbeveling bevat een vrijwillige norm die het voor kleine en middelgrote ondernemingen die niet onder de richtlijn duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD) vallen, gemakkelijker zal maken om te reageren op specifieke verzoeken om duurzaamheidsinformatie van grote financiële instellingen en ondernemingen.
Het verslag van de Commissie is onder meer gebaseerd op de ervaring van de Commissie met het tot nu toe enige IIO-onderzoek naar maatregelen en praktijken van de Volksrepubliek China op de markt voor overheidsopdrachten voor medische hulpmiddelen. De Commissie concludeert dat het nog te vroeg is om conclusies te trekken over het resultaat op langere termijn van dit eerste onderzoek en de eerste IIO-maatregelen.
Een door de uitvaardigende staat aangeduid bestuursorgaan dat in een zaak optreedt als strafrechtelijke onderzoeksautoriteit en waarvan de onderzoeksmaatregelen die een inmenging in de grondrechten van de betrokkene impliceren, overeenkomstig het nationale recht vooraf moeten worden toegestaan door een rechterlijke autoriteit, kan als uitvaardigende autoriteit worden aangemerkt. Dat is het antwoord van het EU-Hof op een prejudiciële vraag van een Duitse rechter.
Als onderdeel van de EU-Batterijenverordening, die in 2023 werd aangenomen, moeten producenten een beleid van passende zorgvuldigheid invoeren en dat laten toetsen en periodiek laten controleren door een instantie voor externe verificatie. Ze moeten ook verslag uitbrengen over de zorgvuldigheidspraktijken die ze toepassen om de impact van batterijen op het milieu te voorkomen of te beperken, en om afgedankte batterijen te beheren. Een op 30 juli 2025 in het EU-Publicatieblad verschenen verordening geeft fabrikanten en exporteurs van batterijen extra tijd om aan de nieuwe zorgvuldigheidsregels op milieugebied te voldoen.
Een nieuwe EU-verordening maakt het mogelijk om het nieuwe digitale grensbeheersysteem voor in- en uitreizen (EES) geleidelijk in te voeren over een periode van zes maanden. Het EES zal geleidelijk in werking treden vanaf een datum die door de Europese Commissie zal worden vastgesteld.
Nieuwsbericht | 24-07-2025
Toont 141 - 150 van 4.967 resultaten.