C-263/21  Ametic

Contentverzamelaar

C-263/21  Ametic

Prejudiciële hofzaak  

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     18 juni 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     4 augustus 2021

Trefwoorden : auteursrechten; vrijstellingen; rechtsbescherming;

Onderwerp :

Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij;

Feiten:

Verzoekster (AMETIC) is een vereniging van fabrikanten, groothandelaren en distributeurs in de sector informatie- en communicatietechnologieën. Verzoekster heeft rechtstreeks beroep ingesteld tegen koninklijk besluit 1398/2018, en met name tegen het daarin geregelde stelsel van billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik. De bestreden handeling is een regeling die is uitgevaardigd ter uitvoering van het nieuwe artikel 25 van de wet op de intellectuele eigendom zoals, gewijzigd bij koninklijk wetsbesluit 12/2017. Door de wijziging is een stelsel van billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik ingevoerd. De vragen in casu zien op de bepaling dat de rechtspersoon die wettelijk bevoegd is om het certificaat inzake vrijstelling van de verplichting tot betaling van de compensatie af te geven, bestaat uit organisaties voor het beheer van auteursrechten, die hij vertegenwoordigt. Hierdoor is er sprake van een onevenwichtige samenstelling van de rechtspersoon die besluit wie ex ante worden vrijgesteld van de verplichting tot betaling van de compensatie. De Spaanse landsadvocaat en de organisaties voor het beheer van auteursrechten betogen dat de lidstaten beschikken over een ruime beoordelingsvrijheid bij het regelen van de billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik en van de procedure voor het vaststellen en het innen daarvan. Volgens verweersters beschikken andere lidstaten over stelsels die vergelijkbaar zijn met het stelsel dat is ingevoerd bij het nieuwe artikel 25 van de wet op de intellectuele eigendom, en hebben die stelsels niet tot problemen geleid. Ook wijzen zij erop dat tegen de besluiten van de rechtspersoon ter zake van vrijstellingscertificaten en terugbetalingen kan worden opgekomen bij het ministerie van Cultuur en Sport, zodat het laatste woord op dit gebied aan de overheid is. Daardoor is er volgens hen geen sprake van een schending van het recht van verdediging van diegenen die betrekkingen met vorenbedoelde rechtspersoon moeten aangaan.

Overweging:

Met de eerste vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of de samenstelling van de in lid 10 van het nieuwe artikel 25 van de wet op de intellectuele eigendom bedoelde rechtspersoon verenigbaar is met richtlijn 2001/29 of, meer in het algemeen, met de algemene beginselen van het Unierecht. Met de tweede vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of het verenigbaar is met richtlijn 2001/29 of met de algemene beginselen van het Unierecht, dat de nationale wetgeving die rechtspersoon de bevoegdheid verleent om informatie op te vragen, waaronder informatie over de boekhouding, van diegenen die verzoeken om afgifte van het certificaat inzake vrijstelling van de verplichting tot betaling van de billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik.

Prejudiciële vragen:

1. Is de wijze waarop de in lid 10 van het nieuwe artikel 25 van de wet op de intellectuele eigendom bedoelde rechtspersoon is samengesteld verenigbaar met richtlijn 2001/29/EG of, meer in het algemeen, met de algemene beginselen van het Unierecht?

2. Is het verenigbaar met richtlijn 2001/29/EG of met de algemene beginselen van het Unierecht, dat de nationale wetgeving die rechtspersoon de bevoegdheid verleent om informatie op te vragen, waaronder informatie over de boekhouding, van diegenen die verzoeken om afgifte van een certificaat inzake vrijstelling van de verplichting tot betaling van de billijke compensatie voor het kopiëren voor privégebruik?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK; JenV